Gemeentearchief

Het Gemeentearchief was sinds 1893 gevestigd in het in neogotische stijl gebouwde pand aan de Boisotkade 2A. Waar sinds 1996 de nieuwbouw van het archief staat, op de hoek van de Boisotkade en de Vliet, lag een huis met nummer 2B. Op de foto is het huis te zien achter het hekwerk. Daar woonde de conciërge annex boekbinder Arie de Bruin met zijn gezin.
De wettelijke, primaire taak van het archief was (en is) het bewaren en toegankelijk maken van de gemeentelijke en andere toevertrouwde archivalia. Vóór de oorlog ontving het archief jaarlijks vele honderden bezoekers. Geschiedenis was toen vooral een aangelegenheid van de “betere standen” en lokale geschiedenis bleef vaak beperkt tot de roemruchte episodes uit vervlogen tijden. Tegenwoordig worden archieven veel geraadpleegd voor stamboomonderzoek ofwel genealogie, maar die hobby was voor de oorlog lang niet zo populair als nu. Het ging toen vooral om het uitpluizen van de stamboom van adellijke geslachten, van patriciaat of van bekende plaatsgenoten uit het roemruchte verleden. Voor de “gewone man” was dit een wereld waar men niet bij hoorde en waar geen weet van had.

Gemeentearchief LeidenMet de komst van de Duitsers kreeg het stamboomonderzoek een zwart randje. In 1940 moest iedereen die Joodse grootouders had zich zelf aanmelden. Al naar gelang het aantal Joodse grootouders kreeg iemand de kwalificatie voljoods, half- of kwartjoods. Dat zou de basis gaan vormen voor de identificatie, de isolatie, de beroving en uiteindelijk de deportatie van de Joodse inwoners. Met het toenemen van de antisemitische maatregelen werd het steeds belangrijker of iemand Joodse voorouders had en zo ja hoeveel en in welke graad. Dat was echter niet altijd direct duidelijk en daarom werd onderzoek verricht in archieven om te te zien of hoeveel joodse grootouders iemand had. In 1942 raadpleegde men ook het archief om te kijken of iemand wellicht christelijk gedoopt was omdat men hoopte zo een vrijstelling van deportatie te krijgen.

Er was merkwaardig genoeg ook een groep mensen met diametraal tegenovergestelde belangen, die eveneens hoopten geen enkele Joodse voorouder te hebben, namelijk de nationaalsocialisten. Voor de nazi’s was raszuiverheid een van de kernwaarden van de nazi-opvattingen. Volledige raszuiverheid was voor de NSB lange tijd geen onoverkomelijk probleem geweest, maar vanaf 1936 was ook de NSB opgeschoven in antisemitische richting. Voor joden was geen plaats meer in de NSB. Raszuiverheid was so wie so een voorwaarde voor het lidmaatschap van de Germaanse SS. Binnen de Germaanse SS was het voorschrift dat ieder lid en zijn echtgenote tot aan 1800 (voor de hogere rangen zelfs tot 1750) een raszuivere afstamming moest kunnen aantonen. Dat sloot mooi aan bij de wat vage ideeën over raszuiverheid, ‘bloed en bodem’. Genealogie noemde men in die  kringen Sibbekunde. Er was zelfs een tijdschrift met die naam.

Foto gemaakt door Jan Goedeljee (1824-1905), eind 19e eeuw (Erfgoed Leiden).

Go to Locatie

Locatie

900+ locaties

Go to verhaal

verhaal

950+ verhalen

Go to Tijdlijn

Tijdlijn

400+ datums

Go to trefwoord

trefwoord

375+ trefwoorden