Traa-van der Burg, Piet en Jet van

De jurist Piet van Traa (1902-1985) was repetitor aan de Leidse universiteit voor economische vakken. In 1930 trouwde hij met Jet van der Burg (1908-1992), die freelance journaliste was voor verschillende dagbladen. Samen bezochten zij met de auto in 1936 de Sovjet-Unie. Hoewel zij erg geïnteresseerd waren in de ontwikkelingen van dit land, hielden ze afstand van het communisme. Gelet op het academische milieu waarin ze verkeerden, is de kwalificatie “salonsocialisten”op hen wel van toepassing. Vooral Jet was voor de maatstaven van die tijd behoorlijk vrijzinnig. Ze kreeg eind jaren dertig een verhouding met de Leidse neuroloog Gerrit Kastein, die een plaatselijk voorman was van de communisten en pro-sovjet was. In mei 1940 nam hij het voortouw bij de communistische groep rond het blad De Vonk.
Al vóór de oorlog waren Piet en  Jet van Traa sterk betrokken bij het intellectuele antifascisme en bij de protesten tegen de jodenvervolging. Jet van Traa werd na de Kristallnacht (9-10 november 1938) lid van een speciaal Leids Comité voor de toelating van Joodse vluchtelingen.  Piet behoorde tot de landelijke comité Weest op uw hoede die in Leiden begin 1939 het landelijke blad De Blaasbalg verspreidden. Dat blad werd onder verantwoordelijkheid van G.J. van Heuven Goedhart, de hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad, vijfmaal verspreid in de aanloop van de verkiezingen voor de Tweede Kamer en Provinciale Staten. Het was sterk anti-NSB. In dit comité zat ook Mia van Meurs-van der Burg, de jongere zus van Jet. Ook zij had een journalistieke carrière. In april 1938 was ze als correspondente van de  Nieuwe Rotterdamsche Courant in Polen het land uitgezet vanwege een artikel over de antisemitische onlusten in Warschau, dat het regime klaarblijkelijk niet was bevallen. Van Heuven Goedhart besteedde er in Het Utrechts Nieuwsblad veel aandacht aan. In september reisde Mia naar Danzig, maar keerde in de dagen van de Kristallnacht terug naar Nederland. In datzelfde jaar kregen de twee een verhouding. Naar we mogen aannemen werden Piet en Jet van Traa al in een vroeg stadium van de bezetting via Van Heuven Goedhart Leidse steunpilaren van het illegale blad Het Parool. In oktober 1944 ging Jet deel uitmaken van een groepje, dat de speciale Leidse editie van dit blad vervaardigde. Met een van de Leidse Paroolmedewerkers, Sybout Colenbrander onderhield ze vermoedelijk al enkele jaren een buitenechtelijke relatie, waaruit in mei 1945 een zoon Maarten werd geboren. De vrouw van Colenbrander, Janette Themann (ze waren getrouwd in 1939) was eind 1938 lid van het Leidse Comité van actie voor de toelating van Duitse vluchtelingen, dat een wat ruimer aandachtsgebied had dan alleen de jodenvervolging.

Volgens de overlevering zijn er bij Van Traa verschillende Joodse onderduikers in huis geweest. Bekend is het verhaal van  George Cassuto (1929-1985). De familie was afkomstig uit Den Haag. Ernest, de oudere broer van George, verbleef onder andere in de Groensteeg en aan het Rapenburg. Ook hun ouders waren enige tijd in Leiden ondergedoken. Zij werden verzorgd door Leny Visser uit Oegstgeest.
In 1943 werd een Joodse onderduiker, die bij hen in huis zat, op het Rapenburg opgepakt. Uit voorzorg verliet de familie Van Traa (ze hadden een dochter) het huis om elders zelf onder te duiken. Na hun terugkeer ging Jet aan het werk voor de Leidse editie van Het Parool.

Over Piet en Jet van Traa is uitgebreid geschreven door Willem van Bennekom, De jaren van Maarten van Traa (Amsterdam 2015).

Go to Locatie

Locatie

900+ locaties

Go to verhaal

verhaal

950+ verhalen

Go to Tijdlijn

Tijdlijn

400+ datums

Go to trefwoord

trefwoord

375+ trefwoorden