Leiden in de Tweede wereldoorlog

Verhalen over de Leidse bevolking in oorlogstijd

Leiden4045 is gewijd aan de geschiedenis van Leiden en omstreken in de oorlogsjaren. Via verschillende invalshoeken kunt u zoeken in een groot aantal korte en lange verhalen over deze dramatische en enerverende periode.

Aan deze website zijn jaren van onderzoek voorafgegaan. Nog steeds zijn wij op zoek naar nieuwe verhalen over mensen en hun ervaringen.

Omdat er niet veel mensen meer zijn die de oorlog als volwassene hebben meegemaakt, resten ons de overgeleverde verhalen, documenten en foto’s. Er ligt nog veel van dergelijk materiaal bij mensen thuis. Misschien wel bij u.

Wat zoekt u?

1500+ locaties

1500+ verhalen

1000+ trefwoorden

Wij proberen de verzameling verhalen voortdurend aan te vullen.
Heeft u ook een verhaal dat u wilt delen?

Nieuwe verhalen

Op 15 mei 2022 werd de Carmeliet pater Titus Brandsma heilig verklaard vanwege zijn houding en activiteiten tijdens de Bezetting. Hij stierf op 26 juli 1942 in het concentratiekamp Dachau. Brandsma werd opgepakt nadat hij katholieke krantenredacties had bezocht om ze op het hart te drukken geen advertenties van de NSB in de krant op te nemen. Hij bezocht onder meer de redactie van De Leidsche Courant.

Conservenfabriek Tieleman & Dros maakte ondanks wat productieproblemen een prima tijd door tijdens de Bezetting. Er werden zelfs nieuwe aandelen uitgegeven. In februari 1945 werd een deel van de voorraad weggehaald door de Binnenlandse Strijdkrachten.

Op 21 april 2022 verscheen een boek over de moord op Felix Gujé, directeur van de Hollandse Constructiewerkplaatsen. In 1946 werd hij in de deuropening van zijn huis neergeschoten. De dader werd nooit gepakt. Mw. Guljé bleef achter met vijf kinderen. Tot 2011 beef het een cold case, toen meldde zich de hoogbejaarde daderes. Frits van Oosten schrijft over het leven van Guljé, de HCW in oorlogstijd en over de nasleep van de moord.

Walther Couwenberg van “De Turk” heeft talloze malen geprobeerd om mensen uit handen van de Bezetter te houden of te krijgen. Hij gebruikte daarvoor zijn relaties en vaak een fles jenever.


Als enig erfgenaam van zijn vermoorde broers en zusters moest Louis Weijl veel werk verzetten om hun eigendommen, die zij bij “bewariërs” hadden ondergebracht, terug te krijgen. Hij kreeg weinig medewerking en stootte op hardnekkig wantrouwen. Pas na lang aandringen kwamen de inboedel en de persoonlijke waardevolle eigendommen boven water. Louis was zelf advocaat en wist wat hij moest doen. Anders had hij de spullen zeker niet gekregen.

In november 1941 werd een Joodse lagere school geopend aan het Pieterskerkplein. Na de razzia van 17 maart werd de school opgeheven.
Een getuige verklaart dat er twee Leidse agenten aan de deur zijn geweest om te waarschuwen voor de komende razzia op Leidse Joden op 17 maart 1943.

Met ingang van 9 september 1940 werd het voor bepaalde vreemdelingen verboden om in de kuststrook te verblijven. Ze moesten daarom binnen enkele dagen Leiden en Oegstgeest verlaten.

In zijn toespraak klaagde Henk Woudenberg van het Het Nederlandsche Arbeidsfront over de tegenwerking door twaalf Leidse Captains of Industry, maar had verder voor de arbeiders weinig te bieden.

De gemengd gehuwde Joodse advocaat Louis Weijl kreeg in januari 1944 toestemming om zonder ster op straat te zijn. Dat, en meer, zorgde voor achterdocht en en roddel. Kort na de Bevrijding belandde hij zelfs in de cel.

Ieder jaar wordt op 27 januari de Holocaust herdacht. Op die datum in 1945 werd het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz door het Sovjet-Russische leger bevrijd. In Auschwitz werden 45 Joodse inwoners van Leiden vermoord. Eén van hen was ir. Leon van Gelderen. Hij was scheikundige en een verdienstelijk violist.

Vele duizenden boeken en tijdschriften zijn door de Bezetter verboden. Van sommige auteurs mocht helemaal niets meer worden gepubliceerd of verkocht. De politie ging op onderzoek uit om de publicaties in beslag te nemen. Enkele Leidse auteurs en uitgeverijen zijn door een verbod getroffen.

Op Oudjaarsavond 1944 zaten er twee jonge mannen in een cel op het bureau van politie. Ze hadden meegedaan aan een aantal overvallen. Nieuw onderzoek maakt duidelijk waarom ze aan die overvallen hadden meegedaan en welke lijnen er liepen tussen de verschillende illegale organisaties.

De woningen van Joodse bewoners die waren gedeporteerd of ondergedoken werden ontruimd. De inboedels kwamen ter beschikking van collaborateurs of Duitsers. Wat overbleef werd naar Duitsland verstuurd. Ondertussen verdween er het een en ander. Na de oorlog was het moeilijk om de overgebleven spullen terug te krijgen.

De bezetter beroofde de Joden stap voor stap van al hun eigendommen. Huizen werden onteigend en verkocht. Die verkoop is bijgehouden in de zogeheten Verkaufsbücher. Daarom weten we welke panden er in Leiden en Oegstgeest zijn verkocht, voor welk bedrag en wie de kopers waren.

De uit Nederlands-Indië afkomstige arts Daliloeddin Loebis werd in 1940 met tal van anderen opgepakt als zogenoemde “Indische gijzelaar”. Hij verbleef enige tijd in het concentratiekamp Buchenwald.

Mies Rooseboom vervoerde brandbommen voor de Raad van Verzet. Opmerkelijk, want ze was conservator van het Rijksmuseum voor de geschiedenis van de natuurkunde en was een vriendin van prinses Juliana.

Zes katholiek gedoopte Joodse artsen die uit Duitsland waren gevlucht mochten begin 1940 een tropencursus volgen om hun kansen migratie te verhogen. Door de bezetting van Nederland ging die emigratie niet door. Ze zaten in de val.

De Leidse vuurwerkfabriek A.J. Kat was tijdens de Bezetting werkzaam voor de Wehrmacht, onder meer door het verwijderen van kruit uit buitgemaakte Franse munitie. Na de oorlog werd de directeur/eigenaar Kat ter verantwoording geroepen. Hij bleek ook de illegaliteit te hebben gesteund.

De Leidse textielfabrikant Arie Krantz werd na de oorlog onder meer beschuldigd van verraad. Hij zou illegale bijeenkomsten van studenten bij de Joodse bakker Joseph Weijl uit de Kloksteeg persoonlijk aan de Beauftragte Schwebel hebben gemeld.

‘Tante Riek’ Kuipers-Rietberg was één van de oprichters van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers. Ze had na 12 augustus 1943 een vals persoonsbewijs op naam van Theodora Molenaar-Berghuis, die aan de Zijldijk in Leiderdorp woonde. Waarom vermeldde haar persoonsbewijs deze naam en dit adres?

Leiden4045.nl kreeg een mooie groepsfoto toegestuurd van het personeel van het gewestelijk arbeidsbureau aan de Doezastraat. De fotograaf is onbekend. Waarschijnlijk dateert de foto uit 1943. Zijn er mensen die deze foto kennen omdat hun vader of moeder er op staat? We horen het graag.

Na de Bevrijding verscheen in Leiden gedurende een klein jaar een nieuw rooms-katholiek dagblad onder de titel De Burcht. Het had alles te maken met de zuivering van de dagbladpers, waardoor De Leidsche Courant een tijdelijk verschijningsverbod was opgelegd.

Een dagje uit in eigen land! In de zomer van 1942 en 1943 kon je in Zuid-Holland vele bezienswaardigheden bezoeken. Je kreeg er een stempeltje in een speciaal boekje van de VVV. Daar kon je mooie prijzen mee winnen.

Op 8 juni 1945 werd Arie van de Nadort in Oegstgeest door een Canadese truck aangereden. Hij was op slag dood. Pas tien jaar later kreeg de weduwe een schadevergoeding van de Canadezen. Arnold Schalks zocht uit wat er is gebeurd en schreef een gastbijdrage voor de website Leiden4045.nl.

Een zoektocht naar een onbekende halfbroer of halfzus laat ons iets zien over het tragische lot van het in Leiden ondergedoken Joodse echtpaar Richard en Reizla Silberberg-Goldfarb, dat hun baby vlak na de geboorte heeft afgestaan. Wie heeft hen geholpen en waar is het kind gebleven?

Vanaf 1934 werd jaarlijks een Vrouwen Vredesgang gehouden in een van de grote steden. Het was een stille tocht op Volkenbonddag (18 mei) die de vredesgedachte moest uitdragen. In Leiden was er een comité die de deelname organiseerde. De Vredesgang van 1940 ging uiteraard niet door.

Op 23 april 1943 kregen alle aanplakbiljetten van de Bezetter een stempel met de tekst ‘Ave Germania morituri te salutant’. Die ochtend moesten vele mannen gaan spitten voor de Wehrmacht, maar deden dat niet. Het waren twee succesvolle acties van de illegaliteit.

Een uniek ooggetuigenverslag van de zogenoemde “bordjesactie” van de artsen in Leiden, Oegstgeest en Leiderdorp: veel artsen hadden op 25 maart 1943 het woord ‘arts’ op hun naambordje onleesbaar gemaakt of het het bordje weggehaald. Ook waren de praktijken gesloten.

Op 17 maart 1944 deed de Raad van Verzet een poging om brand te stichten in één of meer gebouwen van de Kunstvuurwerkfabriek Kat.