Vitner-Spacirer, Aron en Debora

Gepubliceerd door Alphons Siebelt op

Aron Josif Vitner  Debora Vitner-Spacirer

Debora Vitner-Spacirer en Aron Josif Vitner

Aron Josif Vitner (Wittner) werd geboren op 9 februari 1878 in Foçsani (Roemenië) als zoon van de koopman Haim Vitner en Tauba Vitner-Kornblum.

Aron had nog een zus en twee broers, waarvan alleen een broer kon worden opgespoord in Amerika. Aron Vitner zat op de lagere school en het Lyceum in Foçsani, studeerde daarna op de universiteit van Boekarest en behaalde daar het ingenieursdiploma. Na zijn militaire diensttijd vertrok hij naar Duitsland, waar hij werkte bij verschillende bedrijven in Berlijn, Benrath, Dusseldorf, Keulen en Leipzig.

Debora Spacirer werd geboren op 29 maart 1878 te Ternopil (Oekraïne) als dochter van Edmund Leufer en Fani Spacirer.

Aron en Debora trouwden op 16 augustus 1906 in Benrath. Hun enige zoon Edmund werd geboren op 5 september 1908. Tussen 1914 en 1918 moest Arons been worden geamputeerd en vervangen door een prothese.

In juli 1921 vertrok het gezin vanuit Leipzig naar Schiedam, waar Aron werk vond als werktuigkundig ingenieur bij de scheepswerf Gusto. Het werk betaalde goed, zeker hfl. 600 in de maand, waar het gezin goed van kon leven. Zoon Edmund kon naar de HBS in Schiedam en ging Indologie studeren in Leiden. In 1927 werd het gezin de Nederlandse nationaliteit toegekend.

In 1928 verhuisden de Vitners alweer naar Haarlem waar Aron ging werken voor de firma Stork. Drie jaar later, in 1931, verkasten ze opnieuw, ditmaal naar Leiden, waar Aron werk kreeg bij de Grofsmederij. Aron en Debora kochten het huis aan de Mariënpoelstraat 31 en lieten zich bij de Evangelisch Lutherse Gemeente inschrijven.

Hun zoon Edmund trouwde in 1935 in Schiedam met Elisabeth Voogd. Ze vertrokken naar Nederlands-Indië waar hun kinderen Debora en Daniël werden geboren. Daar overleefden ze de oorlog. Terug in Nederland werd hun derde kind Johanna geboren.

Bij de laatste grote razzia, op 17 maart 1943, werd er aan de Marienpoelstraat 31 aangebeld. Debora deed open en kreeg van een jonge agent te horen dat hij hen kwam ophalen. Debora weigerde omdat ze ziek en oud was. Ze zei: “Schiet me alsjeblieft hier dood, ik overleef het toch niet.” Daarop keerde de jonge agent terug naar het bureau om zijn opdracht aan een hardvochtiger collega over te doen. Aron mocht nog even blijven in verband met een onderzoek naar zijn lidmaatschap van de Evangelisch Lutherse gemeente. Ook was hij tewerkgesteld voor de Wehrmacht.

Het heeft niet mogen baten: Aron en Debora werden desondanks opgepakt en op 18 maart 1943 naar Westerbork gebracht. Op 11 mei werden ze op transport gezet naar Sobibor, waar ze op 14 mei 1943 werden vermoord. Beiden werden 65 jaar oud.

Hun eigen woning werd op 12 mei 1943 verkocht door het ANBO.

————————————————————————————————————

Op woensdag 1 november 2023 werden door de Stichting Herdenking Jodenvervolging Leiden Stolpersteine voor Aron en Debora geplaatst bij hun laatste vrijwillig bewoonde adres: Mariënpoelstraat 31.

Een verslag van deze dag is te lezen op de website van de Stichting Herdenking Jodenvervolging Leiden. Daarop staan ook foto’s en de teksten die bij de steenleggingen werden uitgesproken.

Deze tekst is (deels) gebaseerd op informatie van de Stichting Herdenking Jodenvervolging Leiden, die toestemming verleende voor de tekstbewerking en het plaatsen van beeldmateriaal.

BRONNEN

Ans Meijlink (Werkgroep Stolpersteine Leiden), familie Vitner

Joods Monument – Debora Vitner-Spacirer

Joods Monument – Aron Josef Vitner

Tekst door de redactie aangepast op 2 oktober 2025.