Overduin-Noordzij, Niesje

Gepubliceerd op

Op 29 juli 1943 werden vijf ondergedoken Joden gearresteerd in de woning van Niesje Overduin-Noordzij.De arrestatie begon al om vier uur ’s ochtends. Rechercheur A. Biesheuvel belde het bureau om assistentie van twee agenten én om een auto te sturen. In het huis van Niesje Overduin, geboren in 1894 en sinds 31 december 1940 weduwe, bleken vijf Joden ondergedoken te zitten.Onder hen de buurvrouwen Sara Schönthal en Goldine Schönthal-von der Wall, die woonden bij de (eveneens ondergedoken) familie Pinto-Schönthal. Bij de arrestatie was ook de politieman W. de Groot betrokken. Niesje en de vijf onderduikers werden per auto vervoerd naar het bureau van politie aan de Zonneveldstraat.  De andere drie onderduikers waren Elly (1921) en Sylvain (1918) Parsser-van Embden en Frederika van Embden (1886), allen uit Amsterdam,

Met Goldine ging het slecht. Om zes uur werd dr. Lahr gebeld, die constateerde dat zij een beroerte had gehad. Daarop werd ze overgebracht naar het Academisch Ziekenhuis. Sara mocht met haar mee. Beide zijn uiteindelijk vermoord in Auschwitz op 24 september 1943.

Niesje en de drie onderduikers werden op 6 augustus door De Groot van het Leidse politiebureau naar de Sipo/SD in Rotterdam overgebracht. Alle vier gingen van daar uit naar Kamp Vught. Die drie onderduikers werden op 31 januari 1944 in Auschwitz vermoord. Niesje heeft nooit iets verteld over haar ervaringen. Aangezien zij een getatoeëerd kampnummer op haar arm had moet zij het concentratiekamp Auschwitz hebben overleefd.

Niesje Overduin-Noordzij overleed in 1978 in de leeftijd van 83 jaar.

Artikel gewijzigd op 15 juni 2020 en op 8 juli 2022.

Foto in particuliere collectie.