mensen maken mee
Bewoner Uiterstegracht 164
Een bewoner van de Uiterstegracht 164 stierf in Rusland op 26 juli 1944. Naar alle waarschijnlijk was hij lid van de Waffen-SS. Tekst door de redactie aangepast op 8 oktober 2025…. verder lezen ».
Een bewoner van de Uiterstegracht 164 stierf in Rusland op 26 juli 1944. Naar alle waarschijnlijk was hij lid van de Waffen-SS. Tekst door de redactie aangepast op 8 oktober 2025…. verder lezen ».
Adrianus Biesheuvel (1909) kwam, na zijn opleiding bij het Politieopleidingsbataljon in Schalkhaar, in maart 1943 naar Leiden, de oude woonplaats van zijn echtgenote. Ze vestigden zich aan Oude Herengracht 15A. Hij was aangesteld bij de Documentatiedienst. De Documentatiedienst was belast met de opsporing en vervolging van tegenstanders van het Duits… verder lezen ».
Rechercheur van de Leidse politie Willem de Groot, die woonde op de Buijs Ballotstraat 57, ontwikkelde zich in 1943 met zijn collega Adrianus Biesheuvel tot een koppel beruchte jodenjagers. Samen arresteerden zij meer dan 160 ondergedoken Joden, niet alleen in Leiden, maar ook in andere plaatsen. De Groot werd eind… verder lezen ».
De familie Schnitzler-van Amerongen, drie kinderen, dook onder en overleefde de oorlog. Hartog (1900) en Leentje Schnitzler verbleven tot het einde van de oorlog bij Pieter en Maria van der Broek in Oegstgeest. Hun dochter bij de ouders van Maria, Edward en Zwana Velthuyzen. Bij hen in huis woonde ook… verder lezen ».
De inboedel van de woning van de ondergedoken familie Schnitzler-Van Amerongen Haarlemmerstraat 145A, werd op 7 januari 1943 onder toezicht van de rechercheur Willem de Groot door een verhuizer overgebracht naar de woning van de ondergedoken Joodse familie Meijer-Halberstadt aan de Vliet nummer 19, ten behoeve van een familie uit… verder lezen ».
>>>> Kruizinga werd na de oorlog advocaat. Het is de vraag of hij blijvend heeft gecollaboreerd. Het is nodig zijn CABR-dossier te bekijken.<<<<<<< De inspecteur Hendrik Kruizinga kwam na zijn opleiding in het politie-opleidingsbataljon Schalkhaar naar Leiden. Hoewel de verhuurder tegenstribbelde, nam hij in december 1942 de woning van de… verder lezen ».
In augustus 1941 moest de Joodse bevolking in Nederland haar grondbezit, inclusief alle aan de grond gerelateerde rechten aanmelden bij de Niederländische Grundstückverwaltung (NGV). Het ging niet alleen om eigendom, maar ook om het recht van erfpacht, van opstal en rechten zoals verhuur en hypotheek. De NGV liet het feitelijke… verder lezen ».
Samuel Wolf Marsman (1874) had een slagerij op de hoek van de Haarlemmerstraat en het Havenplein. Zijn woonadres was Hoge Rijndijk 26. Samuel, zijn echtgenote Clara Sitters (1889) en hun bij hen inwonende huishoudster Rozetta Cohen werden op 17 maart 1943 gearresteerd en op 26 maart 1943 vergast in Sobibór…. verder lezen ».