Uit Duitsland gevluchte artsen in de val

Gepubliceerd op

De bezetting van Nederland in mei 1940 moet een enorme dreun zijn geweest voor de Duitse vluchtelingen, die met veel pijn en moeite hun land hadden verlaten om hier veilig te zijn voor de genadeloze vervolging door de nazi’s. De gevluchte Joden werden verplicht om zich naar het Centraal Vluchtelingenkamp in Westerbork te begeven. In 1942 zou dat het Polizeiliches Judendurchgangslager worden.

Katholieke Joodse artsen uit DuitslandIn het archief van de Leidse gemeentepolitie bevindt zich een dossier over zes uit Duitsland gevluchte Duitse Joodse artsen. Bijzonder is, dat ze alle zes katholiek gedoopt waren. Om die reden waren ze gehuisvest in het speciale kamp voor gedoopte Joden in het Zeeuws-Vlaamse Sluis. Daar was een apart gebouw voor katholieken en een voor protestanten. Voor beide religies was er in Nederland een hulpcomité.

Een cursus tropische geneeskunde
Vóór de oorlog waren er tal van pogingen om gevluchte Duitse Joden te helpen bij het zoeken naar een nieuw bestaan in andere landen. Vooral het Amerikaanse continent was in trek. Een land als Paraguay bijvoorbeeld bood kennelijk voldoende perspectief om een poging te wagen.
De zes artsen werden in staat gesteld om van 22 januari tot 22 maart 1940 een cursus tropische geneeskunde te volgen in Rotterdam en Leiden.Waarschijnlijk heeft het RK Vluchtelingencomité financieel bijgedragen. Het kon nooit kwaad om de vakbekwaamheid wat op te schroeven met een bijzonder specialisme.

In huis bij dokter Gans
Omdat de afstand tussen Sluis en Zuid-Holland in die dagen immens was, moesten de artsen een onderkomen zoeken in de plaats waar de cursus werd gegeven. Dat bracht een enorme papierwinkel met zich mee omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken én de Vreemdelingendienst toestemming moesten geven voor deze tijdelijk verhuizing. Dat bleek geen probleem en vijf van de zes artsen (plus één echtgenote) vonden woonruimte in Rotterdam, de zesde, dr. Franz Winternitz, ook met echtgenote, bij de Joodse neuroloog A. Gans in Leiden.
Kennelijk viel de cursus in de smaak, want kort na afloop van de cursus werd er een verzoek ingediend om een verlenging van het studieverlof. De Vreemdelingendienst en Binnenlandse Zaken hadden geen bezwaar op voorwaarde dat er aan het einde van de cursus een testimonium zou worden uitgereikt. De cursus zou eindigen op 22 mei. Ook de verhuizing van de arts Frans Pick naar Leiden was geen probleem. Hij vond woonruimte aan de Oude Vest.

En toen werd Nederland bezet
Op 12 juli 1940 stuurde de Leidse politie een vraag naar de Rijksvreemdelingendienst in Den Haag of Pick, Winternitz en diens echtgenote nog wel in Leiden mochten verblijven. Hun verblijfsvergunning was inmiddels verlopen. De politie kreeg niet direct antwoord, maar de 29e kwam er wel een circulaire en de volgende dag al een bericht van de Rijksvreemdelingendienst: de drie genoemde personen mochten niet langer in Nederland verblijven en dienden zich naar het Centrale Vluchtelingenkamp te Westerbork te begeven. De volgende dag al werden hun paspoorten ingenomen. Rechercheur Poortman was hiermee belast en hij deelde hen ook nog mee, dat zij zich op maandag 5 augustus in Westerbork moesten melden.
De twee artsen probeerden nog uitstel te krijgen en vertrokken niet op 5 augustus, maar de Rijksvreemdelingendienst deelde al snel mee, dat er van uitstel geen sprake kon zijn. Uiteindelijk vertrok het drietal op 14 augustus en arriveerde om 16.56 op station Beilen. De Leidse politie stuurde hun paspoorten rechtstreeks op. Zou de politie bang geweest zijn dat ze benen zouden nemen naar België? Waarschijnlijk hebben ook de overige vier deelnemers aan de cursus en de echtgenote van één zich in Westerbork gemeld. Hun vlucht uit Duitsland leek lang succesvol te zijn geweest, maar door de bezetting van Nederland zaten ze in de val. In ieder geval overleefden vier van de acht mensen de oorlog.

De zes artsen:
De namen van de zes artsen zijn bekend. Hun gegevens zijn bij elkaar gesprokkeld uit diverse bronnen. Over Ernst Sperling en Martin Berger kon nog geen zekerheid worden verkregen. Berger was vergezeld van zijn vrouw, van wie de naam niet bekend is. Aangezien er geen verdere personalia worden vermeld is het zoeken in de databases van Yad Vashem, Bad Arolsen en Joods Monument een probleem.
Helmuth Moral (1893) woonde in 1939 eerst in Amsterdam en vanaf mei 1939 in Sluis. Hij werd op 24 november 1943 in Amsterdam gearresteerd en op 3 maart 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Hij stierf ergens in Midden-Europa op of vóór 31 juli 1944. Hij was gehuwd met Charlotte Werner. Vermoedelijk was hij gemengd gehuwd en mocht hij daarom bij zijn echtgenote wonen. Desondanks is hij toch opgepakt en gedeporteerd.
Kurt Basch (1900-1992) was huisarts in Kaiserslautern geweest. Hij was getrouwd met een katholieke niet-Joodse vrouw. Hij overleefde als gemengd-gehuwde de oorlog in Nijmegen en St. Anthonis. Zie de blogspot van Jan Goossens op internet.
Franz Pick (13-6-1902 -? ) belandde in Theresienstadt, werd gedeporteerd naar Auschwitz maar overleefde de oorlog en ging naar Parijs.
Paul Winternitz (1901) was huisarts in Wenen geweest en in 1939 naar Nederland gevlucht. Winternitz mocht in 1942 Westerbork verlaten omdat zijn vrouw Maria Votruba (1907) niet Joods was. Hij overleefde de oorlog en bleef in Amsterdam, haalde zijn Nederlandse artsexamen en werd sociaal-geneeskundige. Hij overleed in 1998. Een biografie is te vinden op internet.

Bron: diverse documentatie te vinden in het archief van de Leidse Vreemdelingenpolitie.