Vente, Jacobus

Gepubliceerd op

Jacobus Vente (1917) was agent bij de Leidse gemeentepolitie. Hij werd op 22 februari 1944 om 10 uur ’s ochtends aangehouden op verdenking van “jodenbegunstiging”.Het ging om het aannemen van een bedrag van fl. 10 en vijf meter graslinnen. Een beschuldiging van corruptie. Vente werd al een half uur later overgebracht naar de Sipo in Den Haag.

Het lijkt zeer waarschijnlijk, dat zijn arrestatie samenhangt met de arrestatie van Johannes Jacobus van der Burgh. Om 12.30 uur namelijk kwam er op het politiebureau een telefoontje binnen van een zeker Ritsema van de Haagse Documentatiedienst met het verzoek deze man en zijn vrouw te arresteren wegens jodenbegunstiging. Het politierapport spreekt merkwaardig genoeg over ‘Jodenvervolging’. Ook het genoteerde adres klopte niet.
Rond vijf uur ’s middags werd Van der Burgh daadwerkelijk opgepakt en anderhalf uur later door de Haagse rechercheur Heerkens opgehaald. Zijn vrouw bleef kennelijk buiten schot.

Op 26 juli 1944 werd Vente overgebracht naar Kamp Vught, waar hij begin augustus te werk werd gesteld in het Phlips-kommando. Vente stierf in Bad Sassendorf (D) op 22 maart 1945.

Zijn naam wordt vermeld op een plaquette in het huidige Bureau van Politie, waarop de oorlogsslachtslachtoffers onder het personeel worden herdacht. De plaquette werd in 1947 onthuld in het toenmalige Bureau van Politie aan de Zonneveldstraat.