Verboden collectes en inzamelingen

Gepubliceerd op

In augustus 1940 werd het houden van inzamelingen van geld of goederen aan banden gelegd. Men moest voortaan vergunning vragen aan de procureur-generaal bij het gerechtshof. Uitgezonderd waren de collectes in kerkelijke gebouwen tijdens het uitoefenen van de godsdienst ‘of in onmiddellijke aansluiting daaraan’. Uiteraard wilde de PG weten waar het geld of de goederen voor zouden worden gebruikt. Wie geen zin had om toestemming te vragen kon het er op wagen om toch wat in te zamelen. Dat liep niet altijd goed af. Twee voorbeelden:

Izaäk Dronkers (1903-?) werd op 6 januari 1943 door een agent betrapt in de Hugo de Vriesstraat waar hij bij diverse woningen had aangeklopt voor een bijdrage. Het was niet de eerste keer dat hij zich schuldig maakte aan het collecteren. Hij gebruikte de opbrengst voor zijn evangelisatie bijeenkomsten in een zaaltje onder zijn woning aan de Hooglandse Kerkgracht, dat ‘Gods woord is de waarheid’ werd genoemd. Die politie nam de opbrengst, een schamele 35 cent, in beslag plus zijn lijst met adressen.

De christelijke jeugdvereniging NOMATEG (Niet Onzer Maar Alles Ter Ere Gods) was gevestigd in een pand aan de Binnenvestgracht. Daar werden in ieder geval Bijbellezingen gehouden, maar er zullen ook recreatieve en opvoedkundige activiteiten zijn geweest. In 1938 werd er een voetbalteam opgericht. De vereniging was bestemd voor de wijken 2 en 7 van de Nederlandse Hervormde kerk.
NOMATEG had een vaste “huisevangelist” M. Heymans, die regelmatig Bijbellezingen en thema-avonden hield. In 1942 bijvoorbeeld ‘De voorloper van de antichrist’ of ‘Is er een leven na de dood’. Na zijn vertrek in 1943 naar Hilversum kwam het evangelisatiewerk stil te liggen.
NOMATEG werd niet zoals zoveel andere verenigingen door de Bezetter verboden. Nog in september 1943 werd het derde lustrum groots gevierd met onder andere een Rotterdamse goochelaar Willy Albert.
Wel was het collecteverbod, dat eind 1940 werd afgekondigd, een gevoelige klap voor het werk, dat van giften afhankelijk was. Met Kerstmis werd er altijd een grote kerstviering gehouden voor de jeugd, maar dat werd nu financieel gezien een probleem.
In april 1943 kreeg het dagelijks bestuur bezoek van de politie omdat men bedelbrieven had gestuurd. Voorzitter Izaak Heymans (1913-?) gaf toe dat er ongeveer 3500 brieven waren gestuurd naar willekeurige adressen met een verzoek om een bijdrage. Er was ongeveer 1000 gulden mee opgehaald.

Bron: politiearchief en het Verordeningenblad.