De Koster-Sijthoff, Arie en Johanna

Gepubliceerd op

De dag- en nachtrapporten van 4 en 8 november 1943 maken melding van de ontruiming van het huis van Arie en Johanna de Koster-Sijthoff. De woning was in beslag genomen door de Wehrmacht. Dan was het hoogstwaarschijnlijk een vorm van pesterij, iets wat in 1943 en 1944 nogal eens voorkwam. Bekende tegenstanders van de Bezetter kregen bijvoorbeeld een oproep om ergens graafwerkzaamheden te gaan verrichten of om ergens wachtdiensten te lopen. Soms kreeg men een Duitse militair ingekwartierd. Enkele malen werd een deel of het hele huis gevorderd. De slachtoffers waren leden van de plaatselijk elite, die bekend stonden om hun gebrek aan medewerking aan de machthebbers. Een bekend voorbeeld is de hoogleraar J. Barge. In mei 1943 blijkt de Ortskommandant Zöller in het huis te wonen. Mogelijk is hij in november weer vertrokken.

Over de activiteiten van Arie de Koster (1875-1956) in de oorlogsjaren is eigenlijk weinig bekend. In 1939 had hij zijn positie als directeur van de meelfabriek De Sleutels v/h A. de Koster overgedragen aan zijn zoon Henri. De meelfabriek was een uitermate belangrijke schakel in de voedselproductie en Henri was weinig coöperatief aan de uitvoering van bepaalde maatregelen.
Johanna de Koster-Sijthoff (1914-1992) was een dochter van de oprichter van uitgeverij Sijthoff, onder meer uitgever van het Leidsch Dagblad. Haar man Arie was commissaris van de uitgeverij.

Misschien dat daar het verband zit. De directie van het dagblad was misschien te weinig coöperatief bij het publiceren van Duitsgezinde artikelen. Met ingang van 1 januari 1944 werd het Leidsch Dagblad verboden en ging de krant verder onder de naam Dagblad voor Leiden en omstreken. De uitgeverij mocht blijven werken.

Tekst aangevuld op 8 februari 2021.