Heinrich Steffin

Gepubliceerd door Alphons Siebelt op

Ook vóór de oorlog woonden er Duitse nazi’s in Leiden en Heinz Steffin (1907) was er één van. Steffin kwam in 1926 naar Leiden en trouwde drie jaar later met een Leids meisje. Het paar vestigde zich op de Tesselschadestraat 19. Heinz was werkzaam bij de zilverfabriek Koninklijke Begeer in Voorschoten, eerst als emailleur, later als hoofd van de emailleerafdeling. Ook al woonde en werkte hij al enkele jaren in Nederland, hij bleef zich  nauw verbonden voelen met zijn geboorteland. Niet lang nadat de nazi’s in 1933 in Duitsland aan de macht waren gekomen werd hij lid van de NSDAP in Nederland. In Leiden werd hij een leider van de Duitse kolonie aldaar en werd in 1939 benoemd tot Ortsgruppenleiter.

Direct na de capitulatie verscheen hij in uniform als Ortsgruppeleiter van de Leidse nazi’s. Al op 20 mei plaatste hij een oproep in de dagbladen voor alle Rijksduitsers om zich bij hem te melden in geval zij door de oorlogsomstandigheden enige schade hadden geleden. Vele Duitsers waren op 10 mei door het Nederlandse leger of de politie opgepakt en geïnterneerd gehouden tot na de capitulatie. Steffin woonde toen nog in de Tesselschadestraat. Op vrijdag 7 juni verscheen een advertentie in het Leidsch Dagblad met de mededeling aan alle Rijksduitsers in Leiden en wijde omgeving zich de komende zondagochtend te melden bij café Zomerzorg aan de Stationsweg. ‘Betrifft wichtige Mittelungen’. De oproep (zeg maar gerust verplichting) gold voor de inwoners in het gebied van Leiden en omgeving, Alphen aan den Rijn, de Bollenstreek tot aan Aalsmeer, Hoofddorp en Nieuw-Vennep aan toe. Ondanks grote druk waren er toch Duitsers, die zich niet wensten aan te sluiten bij de NSDAP, maar die werden het leven wel moeilijk gemaakt.

De Ortsgruppenleiter was regelmatig aanwezig bij officiële gelegenheden. Zo legde hij op zaterdag 9 november 1940 een krans op de graven van Duitse militairen op het soldatenkerkhof bij vliegveld Valkenburg ZH, ter herdenking van de mannen die daar in de meidagen waren gesneuveld. De plechtigheid, die maar kort duurde, werd bijgewoond door de Ortskommandant van Leiden Hauptmann Simon. Twee dagen eerder had de Ortsgruppe de Bierkellerputsch  (8 en 9 november 1923) herdacht. Tijdens die putsch probeerde Adolf Hitler in München de macht te grijpen, maar de putsch mislukte jammerlijk. De herdenking vond plaats in hotel-café-restaurant Den Burcht. In dat gebouw,  had deNSDAP zich gevestigd en had ook de Ortskommandant zijn intrek genomen. Het werd daarom het Deutsches Haus genoemd.

In het fotoboek Leiden4045 staat een foto uit 1941 afgedrukt, waarop Steffin te zien is tijdens een maaltijd voor de Winterhulp. Hij was bijvoorbeeld in september 1941 ook present bij de opening van de Deutsche Schule in het pand van de christelijke kweekschool op de hoek van de Paulus Buysstraat en de Rijnsburgerweg. Regelmatig voerde hij het woord op tal van Duitse bijeenkomsten in de stad. Waarschijnlijk was hij goed (althans zakelijk) bevriend met enkele Leidse NSB-kopstukken. Misschien waren zij meer bevriend met hem dan hij met hen.

Uit de dag- en nachtrapporten van de Leidse politie krijgt men de indruk dat Steffin regelmatig op straat rondliep en goed lette op anti-Duitse gedragingen van de bevolking. Hij was ook niet te beroerd om de Leidse politie ter verantwoording te roepen, zoals blijkt uit de gebeurtenissen op 24 november 1940. Hij gedroeg zich als een boven het Nederlandse gezag staande Duitse politieagent, die de Nederlandse politie minachtend behandelde en instructies gaf.

Zondagmiddag 24 november 1940 rond vijf uur kreeg de politie bericht dat er een relletje was op de Haarlemmerstraat nabij de Blauwpoortsbrug. Inspecteur Van der Wal ging er heen met maar liefst vijf agenten. Op de Haarlemmerstraat was het tot een oploopje gekomen toen enkele NSB’ers, van wie er één het WA-uniform droeg, samen met een vijftal Duitse militairen zich provocerend gedroegen en uiteindelijk het café Münchener  Hof waren binnengegaan. De politie had de belangstellenden verspreid. Wat later vertrokken de NSB’er en de militairen naar de Stationsweg.
Rond zes uur meldde zich een jong meisje aan het bureau met de klacht dat zij op de Stationsweg zonder enige aanleiding van een dronken WA-man enkele klappen in het gezicht had gehad. Een vrouw van 39 jaar beklaagde zich erover dat zij tijdens dat opstootje klappen had gehad van Duitse soldaten, die partij hadden getrokken voor de WA-man. Op de Stationsweg hadden de mannen kennelijk klappen uitgedeeld bij een vechtpartij voor de deur van Heck’s lunchroom met een 20-jarige Leidenaar.
Om kwart voor acht ’s avonds belde Steffin naar de politie om zijn beklag te doen over het ‘ontactisch’ optreden van de Leidse politie en dat hij de commissaris van politie zou bellen om zijn beklag bij hem te doen. Een vreemde reactie was het wel van de NSDAP’er, want er waren alleen Duitse militairen en Nederlandse NSB’ers bij betrokken. Het was dus meer een aangelegenheid van de Ortskommandant dan van de Ortsgruppenleiter.

In juli, augustus en september 1941 was Steffin in de weer met de V-aktie: ‘V = victorie, want Duitschland wint voor Europa op alle fronten.’ De actie duurde tot 23 september. Op verschillende gebouwen hing een spandoek en er werden affiches geplakt en de letter V werd her en der aangebracht. Die actie keerde zich snel tegen de bezetter want de letters en affiches werden beklad of veranderd. Er verschenen op tal van plaatsen oranje letters V of W (van Wilhelmina). Zelfs op de huisdeuren van NSB’ers werden letters aangebracht met zwarte teer. Ook werden er leuzen gekalkt of de letters OZO: Oranje Zal Overwinnen. Hier en daar werden uitgeknipte letters W gestrooid. Er was geen kruid tegen gewassen.

Ook op een ander front was Steffin actief: hij werd Verwalter voor verschillende Joodse winkels. In januari 1941 solliciteerde hij bij de NSDAP naar zo’n baan. Na de oorlog werd hij er van beschuldigd op 3 februari 1941 de joodse mw. Van Amerongen-van Frank te hebben aangegeven bij de politie inzake het beledigen van twee jonge leden van de NSB. Het waren twee broers uit een berucht NSB-gezin, die gewond waren geraakt bij relletjes. Mw. Van Amerongen, die was uitgemaakt voor ‘vuile smousin’, kreeg drie maanden gevangenisstraf. Steffin werd daarna benoemd tot Verwalter van de goud- en zilverhandel van het echtpaar over en legde zich toe op de liquidatie ervan. Daarnaast werd hij nog Verwalter voor enkele andere bedrijven, onder meer van de winkel Rosine in de Haarlemmerstraat en de juwelier Schaap uit Den Haag. Het leverde hem direct veel geld op, waardoor hij kon verhuizen naar de Roodenburgerstraat. Steffin zorgde goed voor zijn gezin. Volgens de Leidse politie werd hij in 1945 aangehouden met een koffer vol goud en juwelen. Zijn vrouw had wel drie of zelfs zes bontjassen.

Aan zijn fanatieke leiding kwam een einde toen hij in februari of maart 1942 voor militaire dienst werd opgeroepen. Er zijn vage aanwijzingen dat Steffin werd weggewerkt. Hij overleefde de oorlog, maar werd Nederland uitgezet, hoogst waarschijnlijk in het kader van de operatie Black Tulip.