Meijer-Wolf, familie Jozef en Grietje

Gepubliceerd op

Veehandelaar Jozef Meijer (1890-1967), zijn vrouw Grietje Meijer-Wolf (1900) en hun twee zonen doken in de zomer van 1942 onder. Jozef Meijer verloor in november 1942 zijn vals persoonsbewijs, dat op naam stond van P.H.J.Schlagwein, die woonde aan de Uiterste Gracht.

Bij hen in huis woonde Leentje Slier (1926) als dienstbode. Ook zij dook onder, maar werd gepakt. Ze stierf in Sobibór op 23 april 1943. Leentje was de oudere zus van Henny (Henriëtte) Spier (1930), die in het Joods weeshuis woonde. De zes kinderen Slier woonden verspreid vanwege familiale problemen. Henriëtte werd opgepakt en werd op 7 mei 1943 vermoord in Sobibór. Ook de andere vier overleefden de oorlog niet.

Zoon Benjamin (1921) werd gepakt in Katwijk bij een poging naar Engeland te vluchten. Hij stierf in Sobibór op 11 juni 1943. Vader en zoon Herman zaten in 1944 ondergedoken in Warmond bij het echtpaar Van Gils op de Warmundastraat 3. Herman stierf plotseling op 17 maart 1944. Het lichaam werd ’s nachts heimelijk begraven op het erf van de bevriende boer Geb Ramp , die zelf ook een Joodse onderduikster in huis had. Na de oorlog werden Hermans stoffelijke resten herbegraven op de Joodse begraafplaats in Katwijk. Het overlijden van Herman is niet ingeschreven in het overlijdensregister van de gemeente Warmond noch in dat van Leiden. Kennelijk is er nooit aangifte gedaan.

Het huis werd op 14 mei 1943 onteigend en verkocht door het ANBO.

Twee broers van Jozef Meijer woonden met hun familie ook in Leiden: Herman en Salomon.

Bron: André van Noort en Mathieu Fannee, Warmond in de Tweede Wereldoorlog. Uitgave van het Historisch Genootschap Warmelda 2020, 24.

Dit artikel is gewijzigd op 6 juli 2020 en op 24 november 2021.