Monument ter ere van alle Leidse vrouwen uit het verzet 1940-1945

Gepubliceerd door Alphons Siebelt op

Het door Truus Menger-Oversteegen ontworpen, in 1985 onthulde monument werd geplaatst op de hoek Agatha van Alkemadestraat/Margaretha Simonskade in de Stevenshofjespolder te Leiden. De tekst op het voetstuk luidt: ‘TER ERE VAN ALLE LEIDSE VROUWEN UIT HET VERZET 1940 – 1945.’ Het beeld toont een rij van vier vrouwen. Terwijl de voorste vrouw de anderen moed inspreekt, wordt de laatste gedragen door één van de andere vrouwen. Daarmee wordt de onderlinge hulp gesymboliseerd. Het is een tafereel geïnspireerd op de ‘dodenmars’ vanuit concentratiekamp Dachau.

Het initiatief voor dit beeld werd genomen door het Comité Monument voor vrouwen uit het Leidse verzet 1940-1945. Dit comité werd geleid door een man, Jan van der Blom. Hij meende dat de dragende vrouw zijn echtgenote Co van der Blom-Vijlbrief voorstelde.
Een kleine replica van dit beeld staat in de tuin van het Oorlogs- en Verzetsmuseum Zuid-Holland in Gouda en in de Nederlandse herdenkingscel in concentratiekamp Ravensbrück. In dit kamp waren hoofdzakelijk vrouwen opgesloten. Hier overleed onder meer  Johanna Dubbeldeman-van Weeren .
Het lijkt wel eens alsof tijdens de Bezetting alleen mannen een rol hebben gespeeld, maar veel vrouwen speelden een belangrijke rol op de achtergrond. In de illegale organisaties waren zij meestal actief als koerierster of verspreider van illegale bladen, bonkaarten of geld. Een zeer belangrijke rol hebben zij gespeeld als huisvrouw met de zorg voor gezin en eventueel onderduikers. Tijdens de Hongerwinter moesten zeer veel vrouwen zorgen voor voedsel en brandstof aangezien het voor mannen vaak gevaarlijk was op straat.

Tekst door de redactie aangepast op 8 oktober 2025.