Dekenfabriek Zaalberg

Gepubliceerd op

Voor de NV Koninklijke Nederlandse Fabrieken van wollen dekens v.h. J.C. Zaalberg en zoon, een van de oudste Leidse textielfabrieken, betekende de bezetting van Nederland de komst van nieuwe problemen. Eind jaren dertig was de economische situatie al niet best geweest en had het bedrijf besloten om naast wollen dekens ook andere afzetgebieden te zoeken. De oorlogssituatie in 1939 maakte vernieuwing urgent, omdat de invoer van wol stil kwam te liggen en de export van wollen dekens werd verboden. Bovendien vorderde het Nederlandse leger alle dekens zonder daar marktprijzen voor de betalen. Door de bezetting bleef de situatie zorgelijk. In november 1940 werkten er ongeveer 175 mensen in het bedrijf.

In 1941 werd de productie ingekrompen. Het bleek moeilijk om stoffen aan te kopen om wol te vervangen. De fabriek presenteerde een nieuw product ‘homespun’ uit kunstwol. Dat was wol, gewonnen uit wolhoudende lompen, een vorm van recycling. In het voorjaar van 1941 bestonden er vergevorderde plannen om daarvoor een nieuwe fabriek te bouwen, maar daar kwam het niet van. De fabriek kreeg onvoldoende grondstoffen en brandstof toegewezen om de productie op peil te houden. Wel werd er winst gemaakt en kregen de aandeelhouders hun dividend.

De laatste vier maanden van 1942 stond de productie nagenoeg stil en er werd over dat jaar een verlies geleden van fl. 89.310.Dat had een nare consequentie doordat de arbeiders werden aangewezen voor tewerkstelling in Duitsland. Begin oktober vertrok een groep textielarbeiders naar Krefeld, maar in de nacht van 2 op 3 oktober werd hun verblijf getroffen door een bombardement van de Geallieerden, waarbij vijf arbeiders van Zaalberg omkwamen. In Leiden woonden Cornelis Cornet, Jacobus Freeke. Waarschijnlijk is Christiaan Philippo. later nog verleden aan de opgelopen verwondingen.

Hoe het de fabriek verging in de jaren 1943, 1944 en 1945 is niet helemaal duidelijk. Het schijnt dat over 1944 een hoge productie werd gehaald. Mogelijk vanwege Duitse orders, maar dat moet nog blijken. Op 19 oktober 1944 werd een gewapende roofoverval gepleegd op het kantoor in de Vestestraat, waarbij 60 dekens werden buitgemaakt.

Naar verluid heeft de staf van de Leidse Binnenlandse Strijdkrachten enige tijd gebruik gemaakt van ruimte in het fabriekscomplex.

In ieder geval werd er over 1945 dividend uitgekeerd. Waarschijnlijk draaide de fabriek na de Bevrijding weer prima.