Thors-Adler, familie

Gepubliceerd op

Arthur Thors, in 1880 in Leiden, was wolhandelaar. In september 1942 kreeg de CV een Liquidationstreuhänder toegewezen. Het pand, dat eigendom was van Thors, werd op 1 mei 1943 verkocht. Arthur, zijn vrouw Martha Thors-Adler, geboren in Limburg an der Lahn (D) in 1886, en hun twee dochters werden op 6 maart 1943 in Westerbork ingeschreven. De ouders gingen op 16 november 1943 op transport naar Auschwitz en werden na aankomst, drie dagen later, vermoord. Hun zoon Charles (1922) was al op 15 augustus 1942 op transport gegaan naar Auschwitz; hij stierf daar op 30 september of 1 oktober 1942.

Waarschijnlijk had Arthur maar één of twee Joodse grootouders. Krachtens de Verordening 189/40 werd hij zelf als ‘voljood’ beschouwd, omdat hij op 9 mei 1940 met een Joodse vrouw was gehuwd. Beide dochters waren Hervormd gedoopt.

De oudste dochter Leni (Helena, 1916) verloofde zich in januari 1942 met een niet-Joodse man en ging in maart in ondertrouw, maar van een huwelijk is het niet meer gekomen.  Leni ging op 4 september 1944 mee met het transport naar KZ Theresienstadt. Zij overleefde vermoedelijk de oorlog in Zwitserland, omdat ze “geruild” was voor Duitse gevangenen. Hun dochter Elize (1921) ging op 25 januari 1944 eveneens naar Auschwitz op transport. Zij stierf daar op 30 september.

Na de oorlog trouwde Leni met haar verloofde. Het huwelijk werd ingezegend door ds. H.C. Touw.  Haar man werd beheerder en bewindvoerder van de familie Thors. Leni overleed in 1985.

Tekst herschreven op 23 november 2021.