Vles-Marx, Simon en Bertha

Gepubliceerd door Alphons Siebelt op

Bertha Vles-Marx     

Bertha Vles-Marx (Bron: Jessica Mendels) en Simon Erich Vles (Bron: Universiteitsbibliotheek Leiden/Bijzondere Collecties)

Bertha Vles-Marx werd op 29 maart 1874 in Keulen geboren. Ze trouwde aldaar op 16 september 1903 met de op 8 augustus 1871 in Leiden geboren winkelier in Herenkleding Salomon Simon Vles. Salomon woonde en werkte in het winkelpand aan de Breestraat 177, waar hij een kleermakerij uitbaatte. Salomon en Bertha kregen een zoon: Simon Erich werd op 8 augustus 1906 in Leiden geboren.

Vader Vles overleed op 3 januari 1925 op 53-jarige leeftijd in Leiden en werd in Katwijk aan den Rijn begraven. Bertha werd lid van het dagelijks bestuur van het Centraal Israëlitisch Wees- en Doorgangshuis, het Joodse Weeshuis aan de Roodenburgerstraat, een functie die haar later een Sperre, een tijdelijke vrijstelling van deportatie, zou opleveren. Op 15 mei 1934 verhuisden Bertha en Simon Erich naar het adres Van de Brandelerkade 7, om zich vijf jaar later op nummer 11 te vestigen.

Simon Erich was intussen een studie Scheikunde begonnen en promoveerde op 26-jarige leeftijd als doctor in de Chemie met een proefschrift, dat hij aan zijn moeder opdroeg. Hij begon een loopbaan als microbioloog en chemicus bij de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek in Delft. Toen het tijdens de bezetting bedrijven werd verboden om Joods personeel in dienst te hebben, deden Simon Erichs collega’s meerdere pogingen om zijn talenten voor het bedrijf te behouden en zijn dreigende deportatie te voorkomen. In april 1943 schreef zijn collega en hoogleraar Albert Kluyver een brief aan een goede bekende, waarin hij hem verzocht om Simon Erich te laten opnemen in het Joods tehuis in Barneveld. In de brief werd benadrukt dat de werkzaamheden van Simon Erich van belang waren voor de Nederlandse voedselvoorziening. Het resultaat was dat hij twee keer werd vrijgesteld van deportatie. De derde keer, op 17 maart 1943, de dag waarop de grote razzia op Leidse Joden plaatsvond, ontsnapte Simon Erich onverwachts een laatste keer aan deportatie nadat hij samen met zijn moeder Bertha van huis was opgehaald. Eén uur voor vertrek naar Westerbork werd Simon Erich, nota bene door tussenkomst van de gehate SS-Sturmscharführer Franz Fischer, vrijgelaten. Zonder zijn moeder keerde hij naar huis terug.

Bertha ging wel op transport. Op 18 maart 1943 kwam ze aan in Westerbork. Op haar archiefkaart van de Joodse Raad staat haar gezondheidstoestand als ‘goed, behoudens reumatische aandoeningen’ beschreven. De aantekening  ’Gesperrt wegens functie’, die haar tot dan toe voor deportatie had behoed, kon haar vertrek op 23 maart 1943 naar het Oosten niet meer voorkomen. Ze werd drie dagen later in Sobibor vermoord.  Bertha werd 68 jaar oud.

Voor Simon Erich bleek uitstel geen afstel. Als één van de laatste Leidse Joden werd hij op 19 augustus 1943 rond twee uur ’s nachts alsnog thuis aangehouden door de beruchte Jodenjagers Biesheuvel en De Groot en overgedragen aan de Sicherheits Polizei in Den Haag. Op 24 augustus 1943 werd hij in Westerbork ingeschreven, waar hij verbleef in barak 63.

Er wordt aangenomen dat Simon Erich na aankomst in Auschwitz werd tewerkgesteld in het subkamp Auschwitz-Monowitz, waar dwangarbeid werd verricht voor de Duitse chemiereus I.G. Farben. Zeker is, dat hij na ruim drie maanden in de ziekenbarak belandde, waar hij op 6 februari 1944 werd vermoord. Simon Erich werd 37 jaar oud. Hij bleef ongehuwd. Zijn dood staat geregistreerd in het Totenbuch.

Rechtsherstel
Bertha en haar zoon waren eigenaar van het pand Breestraat 177. Boven het verhuurde winkelpand woonde de familie Müller. Toen na de oorlog bleek dat moeder Bertha en haar zoon waren vermoord werd een bewindvoerder aangesteld voor zolang de zoektocht naar erfgenamen niet was afgerond. Simon had geen kinderen. Uiteindelijk werden er erfgenamen gevonden in de Verenigde Staten, Frankrijk en Brazilië (Rechtsherstel). Sommigen kregen 1/24 van het eigendom.

——————————————————————————————————————–

Op woensdag 13 maart 2024 werden door de Stichting Herdenking Jodenvervolging Leiden Stolpersteine voor Bertha en Simon Erich geplaatst bij hun laatste vrijwillig bewoonde adres: Van de Brandelerkade 11.

Een verslag van deze dag is te lezen op de website van de Stichting Herdenking Jodenvervolging Leiden. Daarop staan ook foto’s en de teksten die bij de steenleggingen werden uitgesproken.

Deze tekst is (deels) gebaseerd op informatie van de Stichting Herdenking Jodenvervolging Leiden, die toestemming verleende voor de tekstbewerking en het plaatsen van beeldmateriaal

BRONNEN:

Arnold Schalks (Werkgroep Stolpersteine Leiden)

SIMON ERICH VLES
Joods Monument – Simon Erich Vles
 I
Joods Monument – Simon Erich Vles II

Arolsen-archives – Simon Erich Vles
Dag- en nachtrapport van de Leidse politie d.d. 18 augustus 1943

BERTHA VLES-MARX

Arolsen-archives – Bertha Vles-Marx
 I
Arolsen-archives – Bertha Vles-Marx II

Tekst door de redactie aangepast op 2 oktober 2025.