Vles-Marx, Simon en Bertha

Gepubliceerd op

Simon Erich Vles (1906), gepromoveerd chemicus, werd op 18 augustus 1943 van huis opgehaald. Hij was ongehuwd. Vles overleed op 7 februari 1944 in Auschwitz III-Monowitz. Zijn moeder Bertha Vles-Marx (1897), een weduwe, werd op 26 maart 1943 vermoord in Sobibór. De oudste zoon was wel gehuwd en woonde vóór de oorlog in België. Het is (nog) niet bekend of deze zoon en zijn echtgenote de oorlog hebben overleefd, maar waarschijnlijk niet.
Over Simon staat een uitgebreide biografie op Joods Monument. Simon was als chemicus werkzaam op de bekende spiritusfabriek in Delft. Hoewel er divers pogingen werden ondernomen om een vrijstelling voor hem te regelen, werd hij de dag van de laatste grote razzia in Leiden, 17 maart 1943, samen met zijn moeder opgehaald. Kort voor vertrek mocht hij weer naar huis. Vroeg in de ochtend van 19 augustus (rond twee uur ’s nachts) werd hij door de beruchte Jodenjagers Biesheuvel en De Groot van huis opgehaald. Op 24 werd hij in Westerbork ingeschreven en op 14 september ging hij op transport naar Auschwitz. Hij werd vermoord in de ziekenbarak.

Rechtsherstel
Bertha en haar twee kinderen waren eigenaar van het pand Breestraat 177. Boven het verhuurde winkelpand woonde de familie Müller. Toen na de oorlog bleek dat moeder Bertha en haar kinderen waren vermoord werd een bewindvoerder aangesteld voor zolang de zoektocht naar erfgenamen niet was afgerond. Simon had geen kinderen. Uiteindelijk werden er erfgenamen gevonden in de Verenigde Staten, Frankrijk en Brazilië (Rechtsherstel). Sommigen kregen 1/24 van het eigendom.

Tekst herschreven op 24 november 2021.