Wirtz, Cornelia

Gepubliceerd op

In mei 1940 was Cornelia Wirtz (1912) in dienst bij de Fa. A.N.  Turksma aan de Haarlemmerstraat. Turksma verkocht wol, handwerkartikelen en herenkleding. Met ingang van 1 juli 1940 werd ze firmant in de zaak, die geleid werd door Willem Turksma (1913).

In een interview uit 1982 voor het project Ook in Leiden verklaarde ze dat ze de zaak had overgenomen uit voorzorg tegen een inbeslagname door de bezetter. De eigenaren waren namelijk Joods. Wanneer de overdracht van de winkel inderdaad werd ingegeven door angstige voorgevoelens, dan is het een zeer vroeg voorbeeld van dergelijke gedrag. De meeste mensen dachten dat het zo’n vaart niet zou lopen. In ieder geval kocht Cornelia per 1 mei 1943 het winkelpand van de beheerder het ANBO, waarna haar vader er ging wonen.

In het interview wekte ze de suggestie dat ze een relatie had met een jongeman Turksma. Dat moet dan Willem zijn geweest. Die verhuisde in augustus 1942 naar Amsterdam en kreeg een baan bij de Joodse Raad. Desondanks werd hij op 20 juni 1943 naar Westerbork gebracht en op 6 juli op transport gesteld naar Sobibór, waar hij bij aankomst op 9 juli werd vermoord.

Binnenlandse Strijdkrachten
In september of oktober 1944 werd zij door Van der Horst (schuilnaam Dros) gevraagd om een aantal oud-militairen van het 4e regiment infanterie te benaderen met de vraag of ze toe wilden treden tot de pas opgerichte Binnenlandse Strijdkrachten. Maar omdat deze werkwijze met een namenlijstje toch te gevaarlijk werd geacht hield ze er mee op. Ze werd een koerierster van Dros.
In het interview vertelde ze over een ziekenhuisje in het Kamelingh Onneslaboratorium onder leiding van de arts Kors. Verder over het onderbrengen van wapens bij prof. Hins van de Sterrenwacht. Levensmiddelen en jenever kregen een plaatsje bij de “blauwe zusters” aan de Hogewoerd. De school van de zusters was gevorderd door de Wehrmacht. In deze tijd had ze vooral contact met Dros en met Tineke Maartense.

Tekst herzien op 5 januari en 7 maart 2022.