Horst-van Rijn, Jan Willem en Rie van der

Het echtpaar Jan Willem (1905-1964) en Rie van der Horst-van Rijn (1910) werden in het najaar van 1940 voor het eerst geconfronteerd met de jodenvervolging. De Rijkskommissaris beval namelijk alle niet-Nederlandse Joden een speciaal aangewezen kuststrook te verlaten. Om die reden moesten hun buren (D.I. Neumann), Duitse vluchtelingen uit Berlijn, naar elders verhuizen, net als tientallen andere andere inwoners van Leiden. Ze namen van hen en van enkele andere Joodse families goederen in bewaring.
Vanaf september 1943 tot aan de Bevrijding boden onderdak aan een verloofd Joods stel en verder kortstondig aan verschillende andere (Joodse) onderduikers. Op 29 april 1985 erkende de Israëlische instelling Yad Vashem het echtpaar als Rechtvaardige onder de volkeren.
Voor hun hulp aan ondergedoken Joden hadden ze vooral contact met Chris Opdam en Bert en Thea de Jongh-Bakker. Verder hadden ze contact met de Leidse afdelingen van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) en de Nederlandse Verzetsorganisatie van Lex Bernard (NVO). Ook hadden ze contact met een zekere Brunt van de verzorgingsgroep van het illegale blad Trouw. In de Hongerwinter kregen ze via de illegaliteit extra voedsel en daarmee kookten ze eten voor ongeveer tien kinderen.
Jan-Willem van der Horst was procuratiehouder van de drukkerij v/h J.J. Groen en zoon.

Go to Locatie

Locatie

900+ locaties

Go to verhaal

verhaal

950+ verhalen

Go to Tijdlijn

Tijdlijn

400+ datums

Go to trefwoord

trefwoord

375+ trefwoorden