De Zeemanspot

De zeemanspotNa de overrompeling van Nederland door de Duitse troepen keerden talloze onder Nederlandse vlag varende koopvaardijschepen en vissersschepen niet meer naar hun thuishaven terug. Ze werden, net als de schepen van de Koninklijke Marine, door de Nederlandse regering in ballingschap toegevoegd aan de Geallieerde oorlogsvloot. De Nederlandse zeevarenden werden gemilitariseerd: ze moesten dienst doen ten bate van de oorlogsvoering.

Korting op de gages
Normaal gesproken betaalden de reders de in Nederland wonende echtgenotes een deel van de gage van hun echtgenoten uit. De zeeman zelf kreeg de rest. Het eerste jaar van de oorlog gebeurde dat ook zo, maar in april 1941 werd in het bezette Nederland aangekondigd dat de reders nog maar mochten uitbetalen conform de normen van Maatschappelijk Hulpbetoon. Wij zouden nu zeggen: op bijstandsniveau. In september 1941 was het zover. De zeemansgezinnen raakten daardoor in ernstige financiële problemen. Dat was ook de bedoeling van de bezetter: wellicht zouden de mannen hun gezin niet in de steek willen laten en naar Nederland terugkeren om weer de kost voor hun gezin te gaan verdienen.

Zeeliedenfonds
De minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart M. Steenberghe deed op Radio Oranje een oproep om de vrouwen van de zeelieden en hun kinderen niet in de steek te laten. In verschilende plaatsen begon men geld in te zamelen om deze gezinnen te kunnen ondersteunen. Een initiatief in Rotterdam groeide uit tot het Zeeliedenfonds, ook wel “de Zeemanspot” genoemd. Dit fonds stond onder leiding van de gezagvoerder van SS Statendam, kapitein Abraham Filippo. Dit schip van de Holland Amerika Lijn (HAL) lag tijdens de meidagen van 1940 in de Rotterdamse haven. Het werd in brand geschoten en zonk. Van het brandende wrak werden foto’s gemaakt, die op grote schaal zijn verspreid. In februari 1942 werd aangekondigd, dat ook de uitbetaling aan de echtgenotes van het personeel van de Kon. Marine zou worden beperkt. Na gesprekken met de Marine ging de Zeemanspot vanaf mei 1942 ook steunbetalingen doen aan gezinnen van marinepersoneel.

Landrottenfonds en Nationaal Steunfonds
Een van de medewerkers van de Zeemanspot was de Zaandamse bankier Walraven van Hall. Hij en zijn broer Gijs ontwikkelden een systeem om grote bedragen te kunnen lenen van banken en bedrijven. Dat werd een zodanig succes dat er ruim voldoende geld in kas kwam. Daarmee wilden de gebroeders Van Hall verdergaan dan de Zeemanspot en ook gezinnen van andere slachtoffers van de Duitse repressie ondersteunen. Zo ontstond het Landrottenfonds, dat later het Nationaal Steunfonds (NSF) werd genoemd. Verschillende reeds bestaande plaatselijke of regionaal opererende soortgelijke groepen werden er in opgenomen. De Zeemanspot bleef tot aan de Bevrijding zelfstandig. Tijdens de bezettingsjaren organiseerde de Zeemanspot ook kindervakantiekampen en zorgde voor verjaardagskadootjes. Voor alle duidelijkheid moet worden vermeld dat de Zeemanspot, het Landrottenfonds, het Nationaal Steunfonds en alle daarbij aangesloten groeperingen illegaal werkzaam waren.

Zeemanspot in Leiden en omgeving
De Zeemanspot had het land verdeeld in werkgebieden, die district werden genoemd. Het hoofd van zo’n district heette “voogd”. De voogden regelden de uitbetaling en hielden in de gaten of er zich bijzondere problemen in de gezinnen voordeden. Gezinnen met een onvaderlandslievende houding werden genegeerd.
Van de Zeemanspot in Leiden is eigenlijk alleen bekend dat er twee van die voogden waren: de bankier E. Moens en de employee van de HAL P.W. Erkelens RMWO. Alleen van Erkelens is een maritieme achtergrond bekend. Hij had bij de Koninklijke Marine dienst gedaan en was daarna gaan werken voor de Holland Aamerika Lijn. Hoe Moens bij de organisatie betrokken is geraakt weten we nog niet. Hoogstwaarschijnlijk werkte hij ook voor het Leidse Nationaal Steunfonds.

Go to Locatie

Locatie

1000+ locaties

Go to verhaal

verhaal

1000+ verhalen

Go to Tijdlijn

Tijdlijn

475+ datums

Go to trefwoord

trefwoord

375+ trefwoorden