Dubbeldeman, Joop

Gepubliceerd op

Joop Dubbeldeman (1917 – 1999) is een markante en niet geheel onomstreden persoon uit de Leidse illegaliteit. Hij is een van die mensen, die het nationaal-socialisme al heel vroeg metterdaad bestreden in woord en daad. Joop Dubbeldeman was huisschilder bij de socialistische woningbouwvereniging De Eendracht en was opgegroeid in een sociaal-democratisch milieu. Zijn vader Machiel was in de jaren 1936-1939 lid geweest van de Leidse gemeenteraad voor de SDAP.

Actie tegen de NSB
Vrij kort na het begin van de bezetting werd Joop, net als vele anderen, lid van De Nederlandsche Unie, maar hij ontpopte zich al snel als man van actie. Vermoedelijk was hij met anderen nauw betrokken bij het kalken van leuzen en het aanplakken en verspreiden van pamfletten. In februari 1941 werd hij door de Leidse politie gearresteerd, nadat hij een leidende rol had gespeeld in de felle knokpartijen tussen NSB’ers (de WA) en tegenstanders. Begin juli 1942 werd hij opnieuw gearresteerd, nu voor een zwaarder vergrijp, brandstichting in een lokaal van de WA in het voormalige hotel-café-restaurant Den Burcht, waarin het Deutsches Haus was gevestigd. De drie daders (Han Paulides en Theo) werden veroordeeld; Dubbeldeman bracht ruim een jaar door in gevangenschap. Kort na zijn vrijlating werd hij lid van de Raad van Verzet (RVV), waarvoor hij actief was in Leiden, Amsterdam en Den Haag.

Aanslagen, acties en razzia
De RVV-groep van Dubbeldeman was gericht op actief verzet. Op 3 januari 1944 pleegde hij, samen met Nico Olivier en Bert de Jong, een aanslag op de directeur van het Leidse arbeidsbureau. Als wraak werden door de Sipo/SD drie Leidenaren vermoord in een Silbertanneactie en werden ruim dertig ingezetenen opgepakt en maandenlang gegijzeld. Ondanks deze tragische gebeurtenissen en ondanks de gijzeling werd in mei een poging ondernomen om brand te stichten in vuurwerkfabriek Kat waar munitie werd gedemonteerd en lichtspoormunitie werd vervaardigd. De aanslag mislukte en kreeg ernstige gevolgen toen de Sipo/SD op 15 mei een razzia in de wijk De Kooi hield, mede op zoek naar Dubbeldeman. Bij deze razzia werden (ook elders in de stad) in totaal 29 personen opgepakt, onder wie de beide ouders van Dubbeldeman, twee broers en een zuster. Verschillende arrestanten, onder wie zijn ouders, zijn in een Duits concentratiekamp omgekomen.
Tot het najaar van 1944 zijn er maar weinig concrete gegevens over de verdere acties van de RVV. Dubbeldeman en anderen waren ook een tijdje actief in Den Haag.
Op 31 juli 1944 pleegde de groep een overval op de incasseerder van de huurpenningen van de woningbouwvereniging Ons Doel. Deze overval werd nooit opgelost, maar Dubbeldeman gaf in een interview in het kader van het project Ook in Leiden toe, dat zijn groep de overval had gepleegd. Er zijn noch meer overvallen aan te wijzen, die heel goed door zijn groep kunnen zijn gepleegd, maar waarvoor nog geen verdere informatie voorhanden is.

Binnenlandse Strijdkrachten
In september 1944 werd hij met veel van zijn bekenden uit de RVV opgenomen in de Binnenlandse Strijdkrachten en werd commandant van een sectie. De integratie van de groep-Dubbeldeman in de BS verliep bepaald niet probleemloos. Dat leidde al na twee maanden tot een breuk met deze organisatie. Uit verschillende bronnen valt af te leiden, dat er verschillende problemen waren. Volgens een naoorlogse verklaring van de oud-commandant van de BS, Coenders, ontstonden er problemen, toen de landelijke leiding van de RVV een nieuwe leider kreeg. Dubbeldeman raakte er van op de hoogte dat deze leider communist was en wilde om die reden diens gezag niet erkennen.

Gerben Wagenaar
Die nieuwe landelijke leider van de RVV was Gerben Wagenaar (1913-1993), die in 1943 namens de communisten in de leiding was gekomen van de Raad van Verzet. Begin 1944 trad hij toe tot de leiding van de illegale CPN en in juli werd hij lid van de Grote Advies Commisie der illegaliteit.
Wagenaar werd in november 1944 voorzitter én bevelhebber van de landelijke RVV. Als bevelhebber vertegenwoordigde hij de RVV in de Delta-commissie, de hoogste leiding van de Binnenlandse Strijdkrachten. Als wapenchef van de BS besliste hij over de verdeling van de door de geallieerden gedropte wapens.

Wellicht heeft Dubbeldeman Wagenaar persoonlijk gekend en wist hij van diens politieke gezindheid. Toch valt het moeilijk te verklaren waarom Dubbeldeman niet (meer) onder Wagenaar wilde dienen en het abrupt tot een breuk kwam met de RVV en de BS. Dubbeldeman had op zich geen problemen met de politieke gezindheid van de groepsleden. Ze vormden een hechte club. Wellicht is er door de leiding van de BS aandrang uitgeoefend om de communistisch georiënteerde leden uit de BS te zetten. De landelijke BS was ook opgericht uit angst voor een communistische machtsovername na het einde van de Bezetting. Dubbeldeman koos in deze positie voor zijn strijdmakkers, met wie hij al veel had beleefd.
Het kan ook zo zijn, dat Dubbeldeman zich niet wilde schikken in de discipline van de BS. Hijzelf was een verzetsman van het eerste uur. Veel BS’ers zullen in zijn ogen dilettanten en opportunisten zijn geweest, die geen vuile handen wilden maken totdat de Bezetter zou zijn verdwenen en die ook nog eens een gevaar konden zijn voor de veiligheid. Commandant Coenders (W. de Gast) was een politieman, die dus twee petten op had. De Gast was tot Dolle Dinsdag werkzaam geweest bij de Rijksrecherchecentrale in Den Haag, een dienst die sterk onder controle stond van de Sipo/SD. Dubbeldeman wist donders goed dat hij door de politie werd gezocht en zal De Gast niet hebben vertrouwd. Wellicht vermoedde hij, dat De Gast in zijn Leidse tijd betrokken was geweest bij de controle van “staatsgevaarlijke” linkse elementen. Dubbeldeman bleef goede contacten onderhouden met een RVV-groep in Den Haag, die zich ook had afgesplitst.

Breuk met de RVV
Het leidde tot een breuk binnen de RVV en er ontstond een zelfstandige groep-Dubbeldeman. Na een roerige vergadering boven de winkel van Dusoswa aan het Levendaal, waarbij zelfs per ongeluk een schot werd gelost, verloor Dubbeldeman ook zijn positie als commandant van de RVV-sectie in de BS. Die werd overgenomen door Cees Piena. De leiding van de Leidse RVV werd overgenomen door Nico Olivier, met wie hij op 3 januari 1944 een aanslag had gepleegd op de directeur van het arbeidsbureau. Na de scheuring binnen de RVV  bleef de RVV onder leiding van Cees Piena deel van de BS uitmaken. Nico Olivier was een tijdje plaatselijk leider.

Weer zelfstandig
Door de breuk met de BS en de RVV kreeg de groep geen steun meer van die organisaties. De BS hadden goede contacten met de bovengrondse en probeerde zoveel mogelijk schaarse goederen voor de manschappen te bemachtigen. Vechten kan alleen met een goed gevulde maag, was het idee. Voor de BS waren overvallen was maar een beperkt middel om goederen te verkrijgen, maar wanneer een zelfstandige groep wilde overleven dan moest er er desnoods geweld worden gebruikt. Volgens latere verklaringen was het oog gericht op zwarthandelaren en collaborateurs en op voorraden die bestemd waren voor de Wehrmacht.
De eerst bekende overval van de groep-Dubbeldeman vond plaats op 13 november 1944. Dat zal dus kort na de breuk met de RVV en de BS (waarvan geen datum bekend is) zijn geweest. In korte tijd volgden er nog acht overvallen voordat op 30 december 1944 de eerste arrestaties vielen: Flip Hollebeek en Nico Flanderhijn. Nadat deze twee kernleden van de overvalgroep waren opgepakt bleef de rest van de groep overvallen plegen totdat op 2 maart 1945 een overval mislukte en er een toevallige passant werd doodgeschoten. Henk Dreef werd door de politie aangehouden. Dubbeldeman en Theo, die het schot had gelost, konden ontsnappen. Vermoedelijk is dit de laatste overval van de groep-Dubbeldeman geweest. Of de daders ooit zijn bestraft moet nog blijken.

Meer overvallen
Met de arrestatie van Nico Flanderhijn en Flip Hollebeek op 30 december 1944 had de politie in één keer een aantal roofovervallen opgelost. Alleen waren er nog enkele andere verdachten voortvluchtig. Het was duidelijk, dat Joop Dubbeldeman de leider was van deze groep. En vervelend genoeg vonden er vanaf januari 1945 toch weer roofovervallen plaats. Het waren vaak twee mannen die ergens aanbelden en onder bedreiging van een revolver het huis doorzochten en er met geld en goederen vandoor gingen. Was dat het werk van de groep van Dubbeldeman? Dat is maar voor een enkel geval zeker.
Op 2 maart 1945 viel er bij een roofoverval voor het eerst een dodelijk slachtoffer, iemand die toevallig aan was komen lopen. Een van de daders [Henk Dreef] was kort daarop gearresteerd. Hij ontkende te hebben geschoten.

Huiszoeking
Omdat Joop Dubbeldeman al langer verdacht was van het organiseren van overvallen is het vreemd om te lezen, dat er pas op 31 maart 1945 huiszoeking werd gedaan bij Dubbeldeman thuis op de Lage Rijndijk. Waarschijnlijk vond de politie het zeer onwaarschijnlijk dat hij gewoon thuis zou zijn, maar mogelijk waren er gestolen goederen te vinden. Inderdaad vond de politie op zolder een oud gestreept colbertje, met wat gouden sieraden. De rechercheur liet ze later die dag zien aan Kleinman van café De Ster en Oudshoorn, die enkele van hun vermiste eigendommen herkenden.
Behalve de sieraden vond de politie nog een kartonnen doos met daarin enkele verdachte kledingstukken en wat spullen. De bewoner en een toevallig aanwezige aangehouden. Die laatste werd enkele dagen later vrijgelaten bij gebrek aan bewijs. De bewoner ontkende iets met de gestolen zaken te maken te hebben. Ze waren begin maart in de woning getrokken, omdat hun huis in de Oranjestraat zoveel bomschade had opgelopen dat ze er niet meer konden wonen. Alle meubels en goederen waren van de familie Dubbeldeman.
Op dezelfde 31 maart tegen negen uur ’s ochtends werd ook Gerard Dubbeldeman (1907) aangehouden, een oudere broer van Joop. Hij ontkende deelgenomen te hebben aan de overval op café De Ster op 23 december 1944.
Gerard Dubbeldeman en de bewoner van het pand Lage Rijndijk bleven in arrest totdat ze op 5 mei 1945 om tien over drie ’s middags werden vrijgelaten.

Grote betekenis
De groep-Dubbeldeman bleef door het – in de ogen van anderen – vaak eigengereid en driest optreden, dat hoofdzakelijk bestemd was voor het eigen groepsbelang, altijd een buitenbeentje in de Leidse illegaliteit. In ieder geval is Joop Dubbeldeman van grote betekenis geweest voor het openlijke protest tegen de NSB in het eerste jaren van de oorlog.

Bronnen: voor dit artikel is gebruik gemaakt van tal van (fragmenten van) bronnen. Aangezien er regelmatig snippers informatie worden gevonden wordt dit artikel af en toe aangevuld of verbeterd.

Laatste wijziging op 11 januari 2022.