Herstelfonds 1940

Gepubliceerd op

Het Herstelfonds 1940
Al in juni 1940 werd het Herstelfonds door de Rijkscommissaris in het leven geroepen om de uitgaven voor het herstel van de oorlogsschade te kunnen financieren. De verordening was nogal ruim of zelfs vaag geformuleerd en werd in een toelichting nader uitgelegd. Het ging blijkbaar niet alleen om schade die door de overheid was geleden, maar volgens de toelichting ook om de schade van particulieren. Die konden een tegemoetkoming krijgen voor het herstel van materiële schade (bijvoorbeeld voor verloren gegane inboedel). Ook kleine zelfstandigen kwamen in aanmerking voor bijvoorbeeld het verlies van gereedschappen of bedrijfsinstallaties. Zelfs was er de mogelijkheid om tijdelijk inkomenssteun te krijgen tot men weer aan de slag kon gaan. Het ging niet alleen om materiële, maar ook om lichamelijke en geestelijke schade. De Rijkscommissaris benadrukte het “sociale” karakter van deze mogelijkheid.

Het Herstelfonds werd allereerst gevoed door de middelen, die de overheid door de nieuwe staatsrechtelijke situatie niet meer hoefde uit te geven zoals die voor defensie. Verder konden ook de kosten voor de oude regering worden gebruikt; de Koningin en regering waren immers naar het buitenland uitgeweken. Evenmin was het nog nodig om in het buitenland diplomatieke posten te onderhouden. Een tweede bron werd gevonden in de baten van het Egalisatiefonds (**) en als derde bron zou men ook nog geldleningen kunnen aangaan. Kortom, de wederopbouw werd gefinancierd door de Nederlandse belastingbetaler en de Rijkscommissaris deed zich sociaal voor op hun kosten. Een aanvraag voor een vergoeding moest worden ingediend bij de gemeente.

Weliswaar werd in artikel 1 aangegeven, dat het Herstelfonds kon worden aangesproken voor schade ‘als gevolg van het oorlogsgeweld geleden’, maar het begrip schade was niet verder uitgewerkt. Dat liet men kennelijk over aan de uitvoerende instanties, het Departement van Financiën en het Departement van Sociale Zaken. Er was dus ruimte om bepaalde gevallen al of niet aan te merken als oorlogsschade. In oktober werd bekend, dat er steun kon worden verleend aan gezinnen waaraan de kostwinner t.g.v. oorlogsgeweld invalide was geworden of was overleden.

Het Herstelfonds werd uiteraard vooral ingezet voor de schade uit de meidagen van 1940. Veel nieuwe oorlogsschade door het krijgsbedrijf werd er in het eerste half jaar van de bezetting niet geleden. Geallieerde vliegtuigen lieten hier en daar wel een of meer bommen vallen, maar dat gebeurde toch niet zo veel. Wel richtte de Bezetter zelf schade aan. Een half jaartje na de invoering liet de Wehrmacht weten, dat alle schade die door de Wehrmacht werd aangericht niet door de Wehrmacht zou worden vergoed omdat het moest worden beschouwd als oorlogsschade en dus onder de werking van het Herstelfonds viel. De betrokken burgers werden aangemerkt als oorlogsslachtoffer. Een voorbeeld is ir. Leon van Gelderen, die werd aangereden door een vrachtauto van de Wehrmacht.

(**) Doelstelling Van het Egalisatiefonds: schommelingen in de guldenkoers, die een gevolg zijn van verplaatsingen van belangrijke kapitalen, welke op korte termijn worden aangehouden en van speculatieve bewegingen, zoveel mogelijk voorkomen, althans beperken.