Bombardementen en beschietingen

Bombardementen en beschietingen in Leiden

Het oorlogsgeweld is bepaald niet aan Leiden voorbij gegaan. Het begon al gelijk vroeg in de ochtend op 10 mei 1940 toen Duitse luchtlandingstroepen het nabijgelegen vliegveld Valkenburg ZH probeerden te veroveren en er dagenlang strijd werd geleverd tussen Duitse para’s en Nederlandse troepen. De gevechten waren goed te horen en te zien en enkele panden in de stad werden door boordwapens van Duitse vliegtuigen getroffen. Na de capitulatie speelde de strijd zich verder alleen af in de lucht en zouden er geen gevechten op de grond meer plaatsvinden en. De eerste twee jaar van de oorlog bleef het verder rustig, maar gaandeweg 1942 trokken er in toenemende mate eskaders geallieerde bommenwerpers over op weg naar of terugkerend uit Duitsland. In de loop van 1943 nam het aantal luchtgevechten boven en rond de stad gestadig toe. In Leiden en omgeving kwamen enkele aangeschoten jachtvliegtuigen en bommenwerpers neer. Enkele overlevende bemanningsleden konden in Leiden en directe omgeving onderduiken. Eén toestel van de RAF werd getroffen door luchtafweergeschut tijdens een aanval op het station begin juli 1943. In oktober van dat jaar boorde een Duitse Messerschmidt zich in de tuin van het St. Elisabethziekenhuis aan de Hooigracht.

De V2 in Wassenaar
Wat het oorlogsgeweld op de grond betreft is het rustig gebleven tot het najaar van 1944; toen intensiveerde de luchtoorlog ten zuiden van Leiden. Dat had alles te maken met de aanvoer van de V2’s, de raketten die vanaf 8 september 1944 in Wassenaar en Den Haag werden afgevuurd op Londen en Antwerpen. De raketten werden per spoor uit Duitsland naar onder andere Leiden vervoerd, waar ze werden overgeladen op vrachtwagens om naar de lanceerplaatsen in Wassenaar te worden gereden. Dat overladen gebeurde niet op het station zelf, maar op het emplacement daarvoor, ongeveer achter het flatgebouw met een supermarkt aan de Stationsweg. Daarnaast werd gebruik gemaakt van een klein emplacement bij het goederenstation aan de Herensingel en de Kooilaan.

De RAF deed er alles aan om de enorme dreiging van de V2′ uit te schakelen en probeerde met vliegtuigaanvallen de lanceringen zoveel mogelijk te dwarsbomen. Aangezien Leiden een belangrijk overslagpunt was, werd besloten de stationsemplacementen te bombarderen. Op 10 december 1944 washet emplacement van het station op de hoek van de Herensingel en de Kooilaan doelwit en een dag later een overslagplaats vlak bij het hoofdstation.

10 december 1944
Om kwart over acht in de ochtend van 10 december 1944 stegen vier Spitfires XVI op van de RAF-basis in Cottishall in Engeland. Een uur later lieten ze acht bommen vallen in de hoop het emplacement bij het overlaadstation langs de Kooilaan te treffen. Dat werd inderdaad getroffen, maar een van de bommen kwam terecht op in de Alexanderstraat en een ander in de Sophiastraat met als resultaat een tiental doden, een aantal gewonden en veel schade.

11 december 1944
Die dag stond het emplacement bij het Leidse hoofdstation op het programma. De aanval werd ingezet met acht jachtbommenwerpers van het type Typhoon Ib, die ’s ochtends opstegen van een vliegbasis in Deurne. Rond het middaguur lieten ze hun bommen vallen in de hoop en verwachting het stationsemplacement te verwoesten, maar ondanks enkele treffers was de aanval geen succes. De meeste bommen troffen de aanpalende bebouwing. Daarom werd besloten om een tweede aanval uit te voeren. Terwijl men in Leiden bezig was om de branden te blussen en de slachtoffers te bergen, verschenen rond vier uur ’s middags veertien Typhoons die al schietend hun bommen lieten vallen. Ook nu waren er enkele treffers, en ook nu vielen veel bommen op de huizen en panden vlakbij. Ook nu vielen er veel burgerslachtoffers. Een voltreffer raakte de uitbouw van het pand op de hoek van de Steenstraat en de 1e Binnenvestgracht, dat in gebruik was bij het Rijksmuseum voor Volkenkunde. De explosie doodde enkele mensen die daar in het portiek een schuilplaats hadden gezocht. Enkele bommen vielen nog verder weg in de Lopsenstraat en de Rijn en Schiekade.  Voor zover bekend lieten ook drie Duitse militairen het leven.

De verwoestingen zouden nog veel groter zijn geweest wanneer er diezelfde avond nog en derde bombardement zou hebben plaatsgevonden. Iets na negen uur ’s avonds zou een nieuwe aanval worden uitgevoerd door veertien Mosquito’s van de RAF, die in Engeland waren opgestegen. Door het slechte zicht wegens regen en mist lukte het niet het doel te markeren met lichtfakkels, waarop ze terugkeerden naar hun basis.

Nog meer bombardementen en beschietingen
Beide grote aanvallen waren dus grotendeels mislukt, hadden meer dan vijftig burgerslachtoffers geëist en veel schade toegebracht aan de bebouwing. Bijna 1200 mensen moesten hun verwoeste of beschadigde huis uit en elders onderdak vinden. Veel mensen durfden niet meer thuis te blijven uit angst voor nieuwe aanvallen en probeerden hun bezittingen in veiligheid te brengen. Nieuwe aanvallen bleven echter uit. Nu gebleken was, dat er grote risico’s waren om burgerdoelen te raken, besloot de RAF van verdere bombardementen af te zien. In plaats van de stations te vernietigen werd de aandacht verlegd naar de aanvoerlijnen. Verschillende malen werden spoorwegbruggen bestookt. En passant namen de jachtvliegtuigen ook treinen, trams en voertuigen op de weg onder vuur, waarbij slachtoffers vielen. In het boek De ‘vergeten’ bombardementen  worden de volgende datums in 1945 genoemd: op 23 januari was de spoorbrug aan de kanaalweg over het Rijn- en Schiekanaal het doelwit van een aanval door tien Typhoons. Op 3 februari een aanval op de brug over de Nieuwe Vaart. Op 5 februari aanvallen op een spoorbrug in Zoeterwoude en wederom de brug over het Rijn- en Schiekanaal. Op 6 februari werden de bruggen over de Nieuwe Vaart en bij de Groote Vink over de Rijn driemaal aangevallen. Daarbij werden veel huizen getroffen en vielen er enkele tientallen of meer doden. Alleen de eerste aanval was zeer succesvol, maar de brug werd gerepareerd.  Op 28 februari werd er in de regio richting Den Haag volop gebombardeerd en ook was de brug bij De Vink weer het doelwit. Er vielen opnieuw enkele doden, maar de brug werd niet geraakt. Eind maart kwam er een einde aan de lancering van de V2’s uit de regio Wassenaar. De nog resterende raketten werden teruggehaald naar Duitsland en de achtergebleven installaties werden opgeblazen.

Op Leiden4045 staan de namen van de slachtoffers van de bombardementen en beschietingen in Leiden en omgeving. Ze zijn te vinden via het trefwoord bombardementen en beschietingen. In het boek De ‘vergeten’ monumenten staan dertig ooggetuigenverslagen van de beide bombardementen.

Oorlogsmonumenten
Aan de zijgevel van het pand Stationsweg 32 (dat het bombardement doorstond) is een plaquette aangebracht ter herinnering aan de zo zwaar getroffen en inmiddels gesloopte Haverzakbuurt. Op 14 december 2008 werd een groot monument onthuld voor de slachtoffers van de bombardementen op 11 december 1944. Het werd vervaardigd door Maarten van Maanen. Het bestaat uit drie wit geëmailleerde stalen platen, waarop in zwart op elke pijler een verzameling geïsoleerde figuren is geschilderd, die begrippen en karakters uit de oorlog uitbeelden, zoals bijvoorbeeld ‘de fietser’ of ‘de soldaat’. Het werk is geplaatst bij de voorste pijlers van de gerenoveerde fietsenstalling onder het zogeheten Alphense perron van het Centraal Station, links van de hoofdingang.

Bronnen:

(1) Ingrid Appels, De vergeten bombardementen op Leiden, in: Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en omstreken, 87(1995), 245-264. (2) Rob van den Nieuwenhuizen, De ‘vergeten’ bombardementen. De Britse luchtaanvallen op Leiden 1944-1945 (Leiden 2008). Bevat een uitgebreide literatuuropgave.]

Go to Locatie

Locatie

900+ locaties

Go to verhaal

verhaal

950+ verhalen

Go to Tijdlijn

Tijdlijn

300+ datums

Go to trefwoord

trefwoord

375+ trefwoorden