Couwenberg, Walther en “De Turk”

Gepubliceerd op

Bij alle aandacht voor “verzetsgroepen”, “illegaliteit” of “de ondergrondse” wordt vaak voorbijgegaan aan de mensen die niet tot een groep behoorden maar ieder op hun eigen wijze persoonlijk hetzelfde werk hebben gedaan. Meestal is er, juist omdat ze niet tot een groep gehoorden, over dergelijke steunpilaren weinig of niets bekend. Eén van hen was Waltherus Couwenberg, eigenaar van het befaamde café-restaurant In den vergulden Turk aan de Breestraat. Uit nagelaten documenten blijkt, dat Couwenberg tientallen keren geprobeerd heeft iemand uit handen van de Bezetter los te krijgen. Soms met resultaat, andere keren niet. Een fles jenever kon soms wonderen verrichten, maar niet altijd.

In den vergulden Turk LeidenDe Turk
Het café-restaurant In den Vergulden Turk aan de Breestraat was tot 1962 een begrip in Leiden. In het goed lopende etablissement zijn vele diners gehouden maar er vonden ook talloze vergaderingen plaats en lezingen, festiviteiten, recepties, jubilea, huldigingen enzovoort. Het restaurant had een gerenommeerde keuken en had in de jaren vóór de oorlog dertig werknemers in dienst, van wie er enkele al meer dan dertig jaar werkzaam waren.
De naam van het pand is ontleend aan het gekleurde frontispice uit 1673 voorstellende de buste van een Turk geflankeerd door de figuren Neptunus en Mercurius met een kameelgeit. Het had te maken met de wolhandel van toen. Rond 1600 woonde er de bekende secretaris van de stad Jan van Hout.
Rond 1900 werd de eerste verdieping van het pand voorzien van een erker. Het zal een gewilde plaats zijn geweest om, genietend van het uitzicht, een consumptie te gebruiken. Als een van de weinige gelegenheden had De Turk een klein terras aan de Breestraat.

1940 jubileumjaar
“De Turk” bestond op 1 mei 1940 precies 40 jaar. Sinds 1910 had Walther Couwenberg senior de leiding. Zijn zoon met dezelfde voornaam, geboren in 1908, was sinds 1936 medefirmant en fungerend directeur. Senior overleed in 1955, 85 jaar oud. Dat het restaurant een goede reputatie had bleek wel uit de grote belangstelling bij de viering van het jubileum in 1940. Er kwamen heel wat gasten uit de betere Leidse kringen op de receptie.
Op zaterdag 8 februari 1941, de Dies Natalis van de Leidse universiteit, vond een diner plaats waaraan ongeveer 150 studenten deelnamen. Sociëteit Minerva was op last van de Bezetter gesloten. Toen één van hen, hoogstwaarschijnlijk de praeses, een toespraak wilde houden greep een aanwezige Duits majoor in en verbood de student te spreken.

Bordje ‘Verboden voor Joden’
Op het terras was het zien en gezien worden. De Breestraat was nu eenmaal druk. Op 30 april 1941 (de verjaardag van prinses Juliana) zat een zekere Frits van der Schrieck op het terras vergezeld van enkele dames. Ze droegen allemaal iets oranjes, maar dat was nauwelijks zichtbaar. Couwenberg had ongetwijfeld een afkeer van de nationaalsocialisten en hun maatregelen. Op zondag 27 april 1941 kreeg hij laat in de middag mot met een bekende Leidse NSB’er, die hem sommeerde een bordje ‘verboden voor joden’ op te hangen, iets dat hij kennelijk bewust had nagelaten te doen. Daarmee liep hij een groot risico.

Vendel Peter Ton
Ondanks de dreigende houding van de NSB’er bleef Couwenberg weigeren een bordje op te hangen. Het incident had gemakkelijk uit de hand kunnen lopen want die middag hadden de Nederlandse SS en de WA een mars gehouden door Leiden. Op verschillende momenten waren er knokpartijen ontstaan tussen de “zwarte broeders” en omstanders. In de gelederen van de WA marcheerde het vendel Peter Ton uit Den Haag. Ton was een Haagse WA-man, die op 7 september 1940 tijdens een soortgelijke knokpartij in Den Haag was doodgeschoten en sindsdien door de NSB werd gezien als een martelaar voor de politieke idealen. Na afloop van de mars door de stad bleef de situatie op de Breestraat opgefokt. Maar de politie hield de overhand.

Helpende hand
Er hebben in de oorlogsjaren ook Duitse officieren in “De Turk” geborreld en gedineerd. Op 8 februari 1941 was er zoals we zagen een Duitse majoor in de zaak aanwezig als hotelgast. In de latere oorlogsjaren is Couwenberg regelmatig in de weer geweest om vrienden en bekenden die in een netelige situatie waren beland, behulpzaam te zijn, ook door het aanspreken van Duitse relaties of Nederlanders met dergelijke connecties.
Na de Bevrijding heeft Couwenberg een overzicht gemaakt van deze activiteiten en met de namen van de mensen met wie hij daarvoor contact heeft gehad. Een aantal van hen komt voor op Leiden4045.nl. De bewaard gebleven lijst heeft vermoedelijk als geheugensteuntje gediend of is een kladversie, want het is hier en daar wat cryptisch en voorzien van handgeschreven aantekeningen.
Uit deze lijst blijkt wel, dat Couwenberg een aantal klussen heeft opgeknapt voor de Leidse illegaliteit zonder dat hij zelf ergens bij betrokken was. Het verklaart waarom hij dit overzicht heeft gemaakt. Zijn contacten met de bezetter hadden misschien bij sommigen een vals beeld opgeroepen. Om niet in een kwaad daglicht te worden gesteld moest hij verantwoording kunnen afleggen en dat kon prima aan de hand van verklaringen van voormalige illegalen. In de weken na de bevrijding zijn heel veel mensen in de weer geweest om gunstige verklaringen te krijgen en zijn er ook veel van dergelijke verklaringen afgegeven.
In totaal staan er op de lijst van Couwenberg bijna 70 namen of onderwerpen, maar in de meeste gevallen staat er geen toelichting bij. Hieronder volgen een paar gevallen waar iets meer over te vinden is in andere bronnen.

Krijgsgevangenschap
Een goed gedocumenteerd geval betreft Gijs Groenewegen, directeur van de bioscoop Casino aan de Hogewoerd. Kennelijk had Groenewegen zich in de zomer van 1943 niet gemeld om opnieuw in krijgsgevangenschap te worden afgevoerd en werd hij om die reden gearresteerd. Couwenberg ging voor hem op pad; hij sprak de Leidse winkelier Ramb, hij ging naar de kazerne in Amersfoort en naar het Oberkommando in Baarn, naar Hauptmann Klauss in Den Haag en naar mr. Van Vliet in Den Haag. Groenwegen kwam weer vrij. Het is alleen de vraag in hoeverre de inspanningen van Couwenberg daaraan hebben bijgedragen.
Voor Michiel de Groot kwamen de inspanningen net te laat. Die had zich al in Amersfoort gemeld en was afgevoerd ondanks zijn vrijstellingsbewijs van de Technische Noodhulp.

Arbeidsinzet
Met behulp van Mathijs Smit van het Leidse arbeidsbureau werden twee koks van De Turk, Nic. Bosman en Favier, afgekeurd voor de arbeidsinzet. Korte tijd later werden diezelfde twee toch weer goedgekeurd. Couwenberg slaagde er in voor hen en voor drie andere werknemers toch (opnieuw) een afkeuringsbewijs te bemachtigen.
Later nam Couwenberg een aantal malen contact op met de ambtenaar Lamme van het Arbeidsbureau om iemand vrij te krijgen tegen een beloning in natura, een fles jenever. Waarschijnlijk ging dat om mannen, die in 1945 bij razzia’s waren opgepakt.

Zeilboten in Warmond
In 1943 werden regelmatig zeilboten gevorderd voor de Wehrmacht. In Warmond lagen veel van deze boten, omdat het een vermaard watersportcentrum was. Uit privédocumentatie blijkt, dat de zeilboot van de familie Maartense werd gevorderd en op 5 april 1944 om 11 uur ’s ochtends aan de Kriegsmarine moest worden overgedragen. Die maand werden diverse gevorderde zeilboten overgebracht naar Duitsland voor pleziertochtjes van personeel van de U-Boote. Tineke Maartense had in juli 1942 nog meegedaan aan de Kaagdagen met de 16 kwadraat I’ll try. Ze was in 1944 nauw betrokken bij de voedselvoorziening voor de illegaliteit en bij de Intendant van de BS. Couwenberg kende haar waarschijnlijk ook in die rol.

Bindels en Ramb
Kennelijk had Couwenberg een goede verstandhouding met een zekere Bindels in Wassenaar. Couwenberg heeft hem enkele malen ingeschakeld.
Dat moet J.E. Bindels zijn geweest, directeur van hotel Kasteel Oud Wassenaar. Kennelijk had Bindels goede contacten met de Duitsers. Een bijzonder geval betreft een verzoek van de huisarts (en stadsgeneesheer) dr. Niemer om iets te ondernemen voor de redding van de gearresteerde mr. Cornelis Smit uit Den Haag van de Bally schoenenzaak. Couwenberg zocht Bindels op, maar vermoedelijk was de zaak-Smit een beetje te groot voor Couwenberg en Bindels: Smit was gearresteerd door verraad van Anton van der Waals in verband met de uit Engeland gedropte geheim agente Trix Terwindt. Smit werd geëxecuteerd op 10 maart 1944. Het is voorlopig een raadsel wat de connectie tussen Niemer en Smit is geweest.
Verder besprak Couwenberg met Bindels de arrestatie van een zekere Wim en een zekere Schretlen uit Nijmegen. Beide gevallen liepen goed af.
Naast Bindels benaderde Couwenberg ook enkele malen een zekere Ramb. Het moet gaan om de winkelier in confectie en fournituren J. Ramb in de Haarlemmerstraat of een familielid. Naar de reden van het inschakelen van deze persoon kan voorlopig alleen worden gegist. Ramb was leider van de Technische Noodhulp en had waarschijnlijk goede contacten met de Bezetter.
Zowel Ramb als Bindels werden geconsulteerd in het geval van de gebroeders Zaayer uit Oegstgeest. Couwenberg was voor hen benaderd door Theo en Go van Helvert. Waar deze zaak om draaide is niet bekend. Voor deze zaak en voor die van Willem Boer ging Couwenberg ook nog naar Rotterdam om te praten met een zekere Dalkmann, hoogstwaarschijnlijk een medewerker van de Sipo/SD. Voor Boer benaderde hij ook nog de Leidse burgemeester De Ruyter van Steveninck. Wat er met de mannen uit Oegstgeest en met Boer aan de hand was staat helaas nergens vermeld.

Landelijke Organisatie
“LO in Pitmanschool ondergebracht” Zoals het op het lijstje staat heeft Couwenberg de LO ondergebracht in de Pitmanschool aan het Plantsoen. De Pitmanschool, een filiaal van de hoofdvestiging in Den Haag, was een particulier instituut voor secretariële opleidingen (steno, machineschrijven) en een handelsdagschool. Wie hier verder bij betrokken was is nog onbekend. Er staat de naam bij van mej. Papenhuis. Dit moet mej. J. Papenhuijzen zijn geweest, die in 1940 secretaresse was van de school en toen tijdelijk in het pand woonachtig was. In september van dat jaar verhuisde ze naar Den Haag.

Binnenlandse Strijdkrachten
In De Turk was een depot ondergebracht van de Intendant van de BS. Mogelijk was dat via de al genoemde Tineke Maartense gegaan. Couwenbeg had in dit verband contact met verschillende personen: Henk [van der Horst], “Van Amersfoort” [Wim Mulder], Jan de Blanken, Chris, Arthur [Schilp].

Willie Kooreman
Nadat de Leidse BS’er WillieKooreman op 5 januari 1945 was gearresteerd ging Couwenberg op verzoek van enkele BS’ers (Henk, Van Dam en Boorsma) driemaal naar de Sipo/SD in Rotterdam om te proberen een gunstige regeling voor hem te treffen. Dit bleef zonder resultaat. Kooreman stierf begin maart 1945 in KZ Neuengamme.

Theo Talboo
Klaarblijkelijk wist Couwenberg iets over het illegale werk van Theo Talboo uit Oegstgeest. Toen die met enkele anderen in januari 1945 werd gearresteerd, stuurde Couwenberg direct iemand naar een zekere Bob in Rotterdam, om hem te waarschuwen in verband met een brief voor hem die Talboo bij zijn arrestatie in bezit had gehad. Die brief was afkomstig van E. IJdo. Ook Adriaan Pitlo, medewerker van Talboo, werd op de hoogte gebracht.

Nog tientallen andere gevallen wachten op opheldering.

Afbeelding: Fotomontage rond ELO PV30330.42 (Public Domain).