Heiligverklaring pater Titus Brandsma OFMC

Gepubliceerd op

Titus BrandsmaOp 15 mei 2022 werd de Carmeliet pater Titus Brandsma OFMC (ook wel Kapucijners genoemd) door de Rooms-katholieke kerk heilig verklaard. Dat heeft alles te maken met zijn houding tijdens de Bezetting, die leidde tot zijn dood in 1942 in KZ Dachau.
In het leven van Brandsma (1881) had de journalistiek een voorname plaats. Hij schreef zelf regelmatig in katholieke (dag)bladen en was sinds 1935 geestelijk adviseur van de RK Journalistenvereniging. Daarnaast was hij actief in het onderwijs. Brandsma was hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, die tegenwoordig de Radbouduniversiteit heet. Geheel in de katholieke kerkelijke geest was hij fel tegenstander van het nationaalsocialisme.

Persvrijheid aan banden gelegd
Vanaf het begin van de Bezetting stond de Nederlandse pers onder toezicht van de Bezetter. Een echte censuur vóóraf was er niet, maar wel een sterke repressie achteraf. De redacties van de dagbladen kregen een gestage stroom instructies toegestuurd over wat er wel en niet mocht worden gepubliceerd. Tal van bladen werden tijdelijk of geheel verboden. Als adviseur van de RK Journalistenvereniging hield Brandsma in gaten of de katholieke pers niet teveel water bij de wijn deed.

Rooms-katholieke kerk en NSB
Vanaf de jaren dertig waren de katholieke kerk in Nederland en de NSB verklaarde tegenstanders. De NSB probeerde uiteraard leden te winnen onder de katholieken, net als onder de protestanten en de socialisten. Het Episcopaat voerde in 1941 de strijd strijd tegen de invloed van het nationaalsocalisme op zonder de NSB expliciet te veroordelen.

In januari 1941 werd er een Herderlijk Schrijven van de bisschoppen voorgelezen vanaf de kansel, waarin het voor katholieken onmogelijk werd verklaard om als katholiek mee te werken aan de NSB. Vijf jaar eerder was er een soortgelijke brief door de bisschoppen uitgevaardigd. De strijd van de NSB om de katholieke zieltjes bleef voortgaan, maar de NSB begreep, dat de clerus de katholieken goed onder controle had.

De Leidsche Courant
Binnen de steeds smaller wordende marges die door de Nederlandse en de Duitse instanties werden toegestaan, bleef De Leidsche Courant verschijnen. Het episcopaat hoopte op deze manier de katholieke lezers zo lang mogelijk aan een katholiek dagblad te kunnen binden. Met toestemming van de bisschop van Haarlem bleef De Leidsche Courant bestaan totdat het per 1 februari 1944 gedwongen moest fuseren met twee andere dagbladen tot het Zuidhollandsch Dagblad, dat tot eind april 1945 is blijven verschijnen. Hoofdredacteur van de krant en tevens president-commissaris van de uitgeverij NV de Leidsche Courant was Th. Wilmer (1886), een Leidse katholieke coryfee, die vanaf 1927 tot aan zijn dood in 1950 onafgebroken in de Leidse gemeenteraad zat.

Bezoek van Brandsma
Eind 1941 laaide de strijd weer op. De afgedwongen opname van advertenties van de NSB en aanverwante organisaties in december 1941 was echter voor het episcopaat (de gezamenlijke bisschoppen) onaanvaardbaar. Na overleg met aartsbisschop J. de Jong bezocht Brandsma in januari 1942 de redacties van de katholieke dagbladen met instructies: de redacties moesten de aangeboden advertenties weigeren. Vele redacties, waaronder die van De Leidsche Courant, verklaarden zich akkoord met dat standpunt.
Het is zeer waarschijnlijk, dat Brandsma wist, dat de persoon van hoofdredacteur Wilmer niet onomstreden was. Vanaf het begin van de Bezetting was er bij het grote publiek weerstand geweest tegen de commentaren in de krant van Wilmer en van redacteur H. Geise. In de periode september 1940 tot medio november 1942 leek hun toon soms erg begripvol, toegeeflijk en verzoenend. Dat was waarschijnlijk geen kwestie van sympathie, maar van praktische verdraagzaamheid. Sommige standpunten van de NSB werden in Nederland breed gedeeld.
Eén van de redacteuren die Brandsma had bezocht klikte bij de Sipo/SD, waarna Brandsma werd gearresteerd; nog datzelfde jaar op 26 juli 1942 stierf hij in concentratiekamp Dachau.
De NSB trok de aangeboden advertenties terug. Gedurende de oorlog zijn er in de krant verder geen pure NSB-advertenties meer verschenen, maar wel aankondigingen, ook van andere nationaalsocialistische organisaties, met name het Nederlandsch Arbeidsfront, van onder meer vrolijke activiteiten van Vreugde en Arbeid. Uiteraard werden verplicht gestelde artikelen gewoon gepubliceerd, soms met weglating van kleine passages.

Zuivering
Na de Bevrijding werden alle redacteuren van de krant en de commissarissen van de uitgeverij NV De Leidsche Courant die na 1 januari 1943 in functie waren gebleven geschorst op grond van het Tijdelijk Persbesluit 1944. Hun zaak moesten eerst worden behandeld door de Commissie van de Perszuivering. Het betekende tevens, dat de krant niet meer mocht verschijnen. Vooral Wilmer was de gebeten hond, met als gevolg dat hij al twee maanden na zijn benoeming tot tijdelijk wethouder die functie moest neerleggen. De katholieken hadden echter al ruim van tevoren maatregelen getroffen en kwamen in juni 1945 met een nieuw dagblad: De Burcht.

Heiligverklaring
Brandsma zat gevangen in het Oranjehotel in Scheveningen, Kamp Amersfoort een gevangenis in Kleef en uiteindelijk in Dachau. In 1985 werd Brandsma door paus Johannes-Paulus II zalig verklaard op basis van diverse getuigenverklaringen over zijn standvastige, heldhaftige en voorbeeldige gedrag voor medegevangenen. Een kerkelijk erkend wonder maakte de heiligverklaring mogelijk.

Bronnen:
Diverse artikelen op internet en op de website Leiden4045.nl met literatuurverwijzingen;
Artikel op de website van de Radboud Universiteit.