Medisch Contact en de Artsenkamer

Gepubliceerd op

Artsenverzet maart 1943In de zomer van 1941 probeerde de Bezetter controle te krijgen over de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, de beroepsvereniging van de Nederlandse artsen, door een NSB’er in het bestuur te benoemen. Veel leden zegden hun lidmaatschap op en de organisatie werd eind 1941 ontbonden. Daarvoor in de plaats kwamen de Nederlandsche Vereeniging van Ziekenfondsartsen en de Artsenkamer.

De Artsenkamer
De artsenverordening (Vo 226/41) van 19 december 1941 regelde de taak en de bevoegdheden van de Artsenkamer. Alle artsen moesten er lid van zijn. De Artsenkamer was natuurlijk geen vereniging meer, maar een organisatie volgens het leidersprincipe. De leiding bestond uiteraard uit nationaalsocialistische artsen. De verordening was verder inhoudelijk nauwelijks nationaalsocialistisch te noemen. Een belangrijk punt in de verordening was, dat er voortaan een vestigingsvergunning gold, zodat de arts geen vrije keuze had om zich ergens te vestigen en wellicht nooit een vergunning zou krijgen.
De Verordening bepaalde dat alle artsen lid waren. Daar hoefden ze niets voor te doen, maar ze konden er ook niet onderuit. Om toch tegen te werken weigerden de artsen contributie te betalen en hun registratieformulier in te sturen. Een minderheid van de artsen voldeed wel aan de verplichtingen.

Medisch Contact en het artsenverzet
Van meet af aan was er onder de artsen weinig sympathie voor de Artsenkamer. Nogal wat ideeën van het nationaalsocialisme stonden op gespannen voet met de ethiek van de artsen. Bovendien, en dat mag ook wel eens worden gezegd, waren de artsen bepaald niet gewend aan veel overheidsbemoeienis en dat wilden ze graag zo houden. De artsen vormden een zeer besloten club.
Enkele artsen kwamen bijeen om te bespreken wat zij tegen de vernieuwingen zouden kunnen ondernemen en zo ontstond een illegaal actiecomité onder de naam Medisch Contact. Dat ging functioneren als een soort denktank met gidsfunctie voor de artsen. Veel maatregelen en bedreigingen waar de artsen mee te maken kregen werden onder de loupe genomen en van commentaar voorzien en eventueel van een advies hoe er mee om te gaan. Met behulp van estafetteberichten kregen alle betouwbare artsen deze berichten in huis. Iedere arts zorgde voor een verdere verspreiding van een bericht onder een kleine groep collega’s.
In de loop van de bezetting zou Medisch Contact enkele malen een grote protestactie van de medici op poten zetten. Op initiatief van Medisch Contact stuurden begin december 1941 ruim 4000 artsen een brief aan de Rijkskommissaris tegen de inmenging, maar dat bleek vergeefs te zijn. Enkele artsen benaderden de de christen-socialist J.H. Scheps, die op hun verzoek een een pamflet schreef over het verzet van de artsen: De artsenstrijd is Neerlands strijd. Het verscheen in januari 1942 in een oplage van 2500 exemplaren. Het vormde het theoretische fundament onder de acties van Medisch Contact.

J.H. Scheps Artsenstrijd is Neerlands strijdJ.H. Scheps: De artsenstrijd is Neerlands strijd
Scheps was geen medicus, maar een christen-socialist (lid van de SDAP), die in korte tijd onder eigen naam een serie pamfletten tegen de bezetting en de bezetter had gepubliceerd. In de oorlogsjaren was hij spreker op talloze kleine (huiskamer)bijeenkomsten in den lande. In het pamflet beschreef hij waar het in deze kwestie om draaide, namelijk (zeer kort geformuleerd) dat de nationaalsocialistische politieke dwang haaks stond op de medische, zedelijke en christelijke opvattingen die in Nederland algemeen heersten. Dat was niet alleen onaanvaardbaar voor de artsen, maar zeker ook voor de gehele Nederlandse bevolking. Het pamflet van Scheps voor Medisch Contact was een van de vele geschriften tegen de nationaalsocialistische politiek die in deze periode zijn verschenen. De bedoeling was dat het van hand tot hand zou gaan, maar voor het grote publiek lijkt het aan de moeilijke kant te zijn geweest.
Voor wie meer over de markante, maar helaas wat vergeten persoon Scheps wil weten wordt verwezen naar artikelen op internet en naar het boek van Nico Scheps, Weersta vanaf het begin maar slechts met het geesteszwaard: het verzetswerk van J.H. Scheps 1940-1945.

Zichtbaar protest van de artsen: “bordjesactie”
De Artsenkamer moest uiteraard eerst zo goed en zo kwaad als dat ging worden opgebouwd. In mei 1942 kreeg de Artsenkamer officieel een raad (geen bestuur) en een landelijke organisatie. De Artsenkamer had een raad en geen bestuur omdat het nationaalsocialistische leidersprincipe werd gevolgd. De voorzitter van de raad was de medisch specialist C.C.A. Croin uit Den haag. In de raad hadden onder meer de leiders van de gewestelijke bureaus zitting. Voor Zuid-Holland was dat van 16 mei 1942 tot de zomer van 1943 de Leidse arts H.K.W. Wrede.

Hoewel alle artsen lid moesten zijn van de Artsenkamer wilde het met de aanmeldingen en de contributiebetalingen niet vlotten. Op 15 september 1942 werd het niet nakomen van de aanmeldingsplicht strafbaar gesteld. Wie zich niet opgaf kon een boete krijgen van maximaal duizend gulden. Wie de boete niet betaalde kon bezoek van de deurwaarder verwachten. Deze dreiging had weinig effect. Medisch Contact zorgde voor financiële ondersteuning van de slachtoffers. Daarom werd in 1943 begonnen met de vervolging van artsen die zich niet hadden aangemeld. Ze moesten verschijnen voor de Tuchtrechter. Het leidde tot een groot protest onder de artsen, opgezet door Medisch Contact. Zo’n 3500 artsen stuurden een (model)brief (opgesteld door Medisch Contact) aan de Rijkscommissaris A. Seyss Inquart met de mededeling dat zij ‘vrijheid en leven in de waagschaal’ wilden stellen om niet onder het regime van de Artsenkamer te worden gebracht. Er was grote vrees dat de artsen zouden worden ingeschakeld bij allerlei de nieuwe maatregelen, die niet in het belang van hun patiënten waren.
Op 25 maart plakten nog veel meer artsen de aanduiding ‘arts’ af op hun naambordjes of verwijderden die bordjes van de gevel of van hun deur. Met deze ‘bordjesactie” maakten ze kenbaar dat ze afstand hadden gedaan van hun ‘bevoegdheid tot uitoefening van het beroep arts’. Dat was een begrip uit de artsenverordening. Maar ze bleven wel hun praktijk uitoefenen voor de patiënten omdat Medisch Contact van mening was dat ze volgens de Nederlandse wet nog steeds bevoegd geneesheer waren. Over de bordjesactie in Leiden staat een apart artikel over de “bordjesactie” op deze website.
Onder grote druk van de Generalkommissar für Justiz besloot Medisch Contact de actie stop te zetten. In ieder geval was de bordjesactie van de artsen voor iedereen goed zichtbaar geweest en werd nog eens duidelijk wat de politieke gezindheid van de individuele artsen was.

Arrestaties
Nu stuurden veel artsen op initiatief van Medisch Contact een brief aan de Rijkskommissaris (d.d. 23 juni 1943). Die raakte ernstig vertoornd want nog vóórdat hij de brief had ontvangen was de inhoud al te horen geweest op de Engelse radio. Dat was een onvergefelijk affront. De Duitsers traden daarom weer wat harder op en arresteerden zo’n 360 artsen, die werden vastgezet in kamp Amersfoort. Uiteindelijk moest de Rijkscommissaris zich door het hardnekkig verzet van de artsen gewonnen geven. De gevolgen van een nóg hardere aanpak waren onvoorspelbaar, gelet op de gespannen situatie die er vanaf eind april in Nederland heerste. De terugvoering van de militairen in krijgsgevangenschap eind april, gevolgd door de staking en de daarop volgende verscherpte arbeidsinzet hadden de rust ernstig verstoord. De arrestanten kwamen relatief vlot weer vrij en de overige weigeraars bleven ongemoeid. Daardoor bleef de Artsenkamer uiteindelijk een lege huls.

Arrestaties in Leiden
In de nacht van 24 op 25 juni 1943 werden drie Leidse artsen door de Sipo/SD gearresteerd met behulp van Leidse agenten. Vier politiemannen (E. Beens, A. Hartmann, R. Mulder en A. Plekkringa) weigerden aan deze arrestaties mee te werken. Om die reden werden zij zelf gearresteerd en naar het concentratiekamp in Vught overgebracht. De inzet van vier agenten doet vermoeden dat er gerekend werd op een groter aantal arrestanten. De drie artsen werden ’s ochtends afgehaald door de Ordnungspolizei. Mogelijk zijn er meer artsen opgepakt, die dan direct door de Duitse politie zijn afgevoerd.
Eén van de arrestanten was de huisarts L.D.J. Reeser uit Leiderdorp. In het Leidsch Dagblad verscheen op 25 juni 1943 een advertentie waarin zijn tijdelijke afwezigheid werd gemeld tot 1 juli. De praktijk waargenomen door zijn echtgenote Th. Reeser-Ykema, zelf ook huisarts. Een maand later is hij zeker terug in Leiderdorp want dan is hij één van de waarnemers van de praktijk van een collega.
Op donderdagmiddag 8 juli tegen de klok van drie uur kwam de Sipo/SD Den Haag aan het bureau om assistentie te vragen bij het verzegelen van zeventien dokterswoningen. Vermoedelijk ging rechercheur Willem de Groot van de Documentatiedienst mee om de woningen aan te wijzen. De afloop van deze actie is onbekend.

Medisch Contact in Leiden en omgeving
Over de activiteiten van Medisch Contact in Leiden en omgeving was verder niet veel bekend. Plaatselijk hoofd in Leiden was de cardioloog Herman Snellen, in Oegstgeest de huisarts Hendrik Varekamp, in Rijnsburg huisarts Edzard van der Laan. Over het verloop van de bordjesactie bestaat een ooggetuigenverslag, waarover een apart artikel op de website is opgenomen.

Meer lezen?
Op internet is veel algemene informatie te vinden, te beginnen bij Wikipedia. De website van het nog steeds bestaande Medisch Contact bevat een aantal artikelen over relevante gebeurtenissen.

Tekst gewijzigd op 24 maart 2021.

Afbeelding: de bul van de arts Wim Storm (1913-19  ); particuliere collectie.