Vrouwen Vredesgang

Gepubliceerd op

Vrouwen VredesgangOp 4 mei 1938 sprak Mevr. L.M. Mispelblom Beyer-van de Bergh van Eysinga in het Volkshuis aan de Apothekersdijk over de komende Vrouwenvredesgang in Den Haag. De Vredesgang was een stille, demonstratieve tocht, die al enkele malen was gehouden. Zij wees op de grote en belangrijke taak van de vrouw in de opvoeding tot de vrede. De avond werd opgeluisterd door muziek: een orkestje van Jac. Blitz met zang van Olga de Marcas. Ook werden er enkele films vertoond over de Vredesgang van 1936 en 1937 en enkele natuurfilms.
Op 5 mei 1939 was er in het Volkshuis een propaganda-avond om de komende Vrouwen Vredesgang te promoten, die op 17 mei in Rotterdam zou plaatsvinden. De avond werd opgeluisterd door declamatie en muziek. De zaal was maar half vol. De organisatie was in handen van een landelijk comité van vrouwen uit enkele vredesbewegingen. De lezing werd gegeven door een lid van dat comité.

Jaarlijkse stille rondgang op 18 mei
In 1934 werd door een landelijk comité voor het eerst een demonstratieve tocht in Den Haag voor vrouwen georganiseerd. Het was de bedoeling om voortaan ieder jaar op 18 mei een demonstratie vóór de vrede te houden. De opzet was een stille rondgang, alleen bedoeld om te getuigen van een intense vredeswil. Politiek was taboe, deelnemers ‘van alle gezindten’ waren welkom en de verspreiding van pamfletten was niet toegestaan. De deelneemsters werd gevraagd de tocht zwijgend af te leggen en een witte bloem te dragen. Ook de heen- en terugtocht moest het liefst zwijgend worden afgelegd.

18 mei: Volkenbondsdag
Die datum was niet willekeurig gekozen, want op die datum werd in kleine kring Volkenbondsdag gevierd. De datum 18 mei had eigenlijk geen enkele relatie met de Volkenbond maar op die dag in 1899 was de eerste vredesconferentie in Den Haag begonnen. Er was een landelijke Vereniging voor Volkenbond en Vrede (opgericht in 1919) en die had de Volkenbondsdag bedacht. De Leidse afdeling daarvan organiseerde al in de jaren twintig op die datum een bijeenkomst in de stad. De datum paste dus in een al wat langer bestaande traditie.

Algemene Nederlandse Vrouwen Vredebond
De deelname aan de Vredesgang werd in Leiden georganiseerd door de Leidse afdeling van de Algemene Nederlandse Vrouwen Vredebond. De Vredebond was vier maanden na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog opgericht. In 1933 was er een Leidse afdeling gekomen. De bond hoopte de wereldvrede te kunnen bevorderen door het uitgeven van publicaties en het organiseren van bijeenkomsten en demonstraties. Vanaf 1925 werkte de bond samen met de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Veiligheid (IVVV). Deze bond had een eigen blad, De vrouw en de vrede.
Het bestuur van de Leidse afdeling van de ANVV bestond uit enkele dames uit de betere kringen. Voorzitster was mw. Alida Heering-van Bosse. Haar man was hoogleraar aan het Remonstrants Seminarium van de Leidse universiteit en medeoprichter en van de landelijke organisatie Kerk en Vrede.
In 1938, daags na de Kristallnacht in Duitsland, zonden de beide bonden een schrijven aan een vijftiental kerkelijke instanties, waarin ze aandrongen op een krachtige stellingname tegen het antisemitisme, al of niet in onderlingen samenwerking en eventueel samen met Joodse organisaties.

Opkomst
De Vredegang vond in 1936 plaats in Amsterdam met naar schatting 18.000 deelnemers, in 1937 in Utrecht en in 1938 weer in Den Haag met naar schatting 15.000 deelnemers. In verband met Hemelvaart werd de vredesgang in 1939 op 17 mei gehouden, en wel in Rotterdam. Toen namen naar schatting 12.000 vrouwen deel. De omgang van 1940, die in Amsterdam zou plaatsvinden, werd om begrijpelijke reden afgeblazen. De Bezetter maakte een eind aan alle vredesbewegingen.

katholieken
De katholieken waren bij de aankondiging van dit initiatief in 1934 niet bepaald gelukkig met de gang van zaken. Allereerst maakte men bezwaar tegen de aanduiding ‘stille rondgang’, dat leek namelijk wel erg op de benaming van de eeuwenoude sacramentsprocessie in Amsterdam, de Stille Omgang. De naam werd, hoogstwaarschijnlijk om de katholieken ter wille te zijn, in 1935 gewijzigd in Vrouwen vredesgang. Die naam was ook wat meer uitgesproken.
Toch bleven de katholieken afzijdig omdat de katholieke leiders dergelijke activiteiten het liefst in eigen kring wilden laten plaatsvinden, uiteraard onder controle van de geestelijkheid. In 1936 drong de RK Vrouwenbond er bij de leden op aan zich te onthouden van deelname en in plaats daarvan op zondag de 17e voor de vrede te bidden. Het jaar erop was de tegenstond nog veel forser. Nu waren het de bisschoppen die er op aandrongen dat katholieke vrouwen niet mee zouden lopen bij deze activiteit, waaraan mensen van alle gezindten zouden meedoen, zelfs communisten. ‘Voor de behartiging harer belangen is de Katholieke Vrouwenbond het aangewezen lichaam.’ Men kan er dus wel van uitgaan, dat er voortaan nauwelijks nog katholieke vrouwen zouden meelopen in de Vredesgang.

Verboden voor ambtenaren
Ook van regeringswege was er tegenstand. De intenties van de Vrouwen Vredesbond waren voor de Nederlandse regering aanleiding om de organisatie te plaatsen op de lijst van organisaties waar ambtenaren geen lid van mochten zijn. De bond was daar zeer verontwaardigd over en stuurde samen met enkele andere verboden vredesorganisaties een adres naar de koningin om haar invloed aan te wensen opdat aan deze ‘grievende behandeling’ als ‘minder goede staatsburgers’ een einde zou komen.

Ontbinding
Op 22 november 1941 kregen de bestuursleden van de bond bezoek van een rechercheur van de Leidse politie omdat de bond door het commissariaat van de niet-commerciële stichtingen en vereniging per direct was ontbonden. Het bestuur nam deze mededeling voor kennisgeving aan, want men was er in juli 1940 al toe overgegaan om de Leidse afdeling op te heffen. Er waren toen ongeveer 100 leden.
Eind jaren vijftig van de 20e eeuw is de omgang nog enkele malen gehouden in Amsterdam.