De Burcht

Op 19 juni 1945 verscheen het eerste nummer van een geheel nieuwe rooms-katholieke Leidse krant De Burcht. Deze krant was opgericht om een groot gat in de katholieke nieuwsvoorziening op te vullen. Begin 1944 was het aloude dagblad De Leidsche Courant gedwongen geweest te fuseren met andere dagbladen en op te gaan in een volstrekt neutraal en gelijkgeschakeld blad het Zuidhollandsch Dagblad. Die krant mocht na de Bevrijding uiteraard niet meer verschijnen, maar het Militair Gezag had de herverschijning van De Leidsche Courant voorlopig verboden omdat het blad na 1 januari 1943 was blijven verschijnen.  De medewerkers van die krant moesten eerst worden gezuiverd, voordat zij weer in het krantenbedrijf aan de slag mochten gaan.

Voorbereiding tijdens de Bezetting
Dat De Leidsche Courant na de Bevrijding zou worden verboden was al in september 1944 duidelijk geworden door de publicatie van het Tijdelijk Persbesluit door de Nederlandse regering in Londen. Daarom werd een katholieke perscommissie opgericht, waarvan de priester L. Beune, rector van het Liduinahuis aan de Zoeterwoudsesingel, de voorzitter en stuwende kracht werd. Uiteraard gebeurde dit met goedkeuring van de deken van Leiden, A.H. Homulle en met de zegen van de bisschop van het diocees Haarlem (het diocees Rotterdam werd pas na de oorlog afgesplitst) mgr. J.P. Huijbers. De bedoeling was om met een tijdelijk dagblad te komen totdat De Leidsche Courant weer mocht gaan verschijnen. De bisschop was beslist niet ontevreden over de manier waarop de directie van de uitgeverij in de oorlogsjaren had gehandeld. Op deze manier werd hopelijk voorkomen dat de katholieke lezers zich in de tussentijd op een niet-katholieke krant zouden abonneren.

Voorbereiding na de Bevrijding
Direct na de Bevrijding nam de katholieke perscommissie contact op met het Militair Gezag en kreeg toestemming voor de oprichting en uitgave van het dagblad. In Zoeterwoude-Rijndijk bood de groep van het illegale blad Herrijzend Nederland zich aan om dat blad te gaan maken, maar dat aanbod werd genegeerd. De voorbereidingen waren al zo ver gevorderd, dat er geen ruimte was voor dit aanbod. Beune koos voor de mensen die bij de voorbereiding betrokken waren geweest en die hij persoonlijk zeer goed kende. Wel werd de hoofdredacteur van Herrijzend Nederland, de advocaat mr. dr. C.C.A. van Haren uit Wassenaar medehoofdredacteur van De Burcht.

De Burcht verschijnt op 19 juni 1945
De medewerkers van De Burcht hadden geen enkele ervaring met het maken van een dagblad. Tijdens de oorlog hadden de meesten illegaal werk verricht. De Burcht werd gedrukt op de persen van de drukkerij van NV De Leidsche Courant aan de Papengracht. De hoofdredactie bestond uit rector H. Sondaal uit Oegstgeest en de van Herrijzend Nederland overgenomen advocaat mr.dr. C.C.A. van Haren uit Wassenaar. De exploitatie werd geregeld door de Warmondse drukker George van Elburg, die zijn sporen in de Leidse illegaliteit had verdiend. Curieus is de kortdurende medewerking van de bekende Anton van Duinkerken, het pseudoniem van de Neerlandicus prof. Willem Asselbergs. Hij vond het blad al gauw te Rooms en verbrak het contact.

De kleine redactie was de eerste tijd gevestigd in een kamer boven het confectiemagazijn De Faam aan de Hoogstraat (ingang Oude Rijn 1). Later werd een ruimte betrokken in het pand van NV De Leidsche Courant aan de Papengracht. De redactie werd er geduld, maar ook niet meer dan dat.
Begin 1946 moesten de redacteuren en de eigenaren van NV De Leidsche Courant (de uitgever) verschijnen voor de Commissie van de Perszuivering. Ter verdediging voerde de advocaat mr. L.G. Kortenhorst (ook lid van de Tweede Kamer voor de RKSP) aan, dat het beleid van de krant altijd gesteund was door de bisschop van Haarlem, mgr. J.P. Huibers. Men kon de krant dus moeilijk van collaboratie beschuldigen. Desondanks verbood de Commissie voor de Perszuivering de redacteuren en de commissarissen (aandeelhouders) gedurende een jaar een functie in het krantenbedrijf uit te oefenen. Hoofdredacteur Th. Wilmer werd verweten dat hij in de eerste anderhalf jaar van de oorlog veel te meegaande commentaren had geschreven. De directeur van de NV trof het verwijt, zich te weinig te hebben verzet tegen het opnemen van advertenties van allerlei foute instanties. Hij moest daarom nog een half jaar langer aan de kant blijven staan. Het beroepsverbod dat door de Commissie voor de Perszuivering werd opgelegd liep tot 6 mei 1946. Vanaf die dag verscheen De Leidsche Courant weer. De kop had nog tot in 1950 als ondertitel “waarin opgenomen De Burcht”.

Over het eenjarig bestaan van De Burcht schreef Alphons Siebelt een artikel in het Leids Jaarboekje van 2011. Zie literatuurlijst 2011B.

Go to Locatie

Locatie

900+ locaties

Go to verhaal

verhaal

950+ verhalen

Go to Tijdlijn

Tijdlijn

400+ datums

Go to trefwoord

trefwoord

375+ trefwoorden