Arbeidscentrale

Gepubliceerd op

De Arbeidscentrale (AC) was de falsificatiecentrale van de Leidse afdeling van het Nationaal Steunfonds. De AC werd geleid door Joh. Siebelt, die opereerde onder de schuilnaam Joop van AC. Siebelt was in augustus 1942 uit Lisse naar Leiden gekomen in verband met zijn werk op de afdeling statistiek van het Leidse arbeidsbureau. In 1943 begon hij met het manipuleren en vervalsen van gegevens en documenten om de gedwongen tewerkstelling van mannen in Duitsland te saboteren (de Arbeidsinzet). Op initiatief van de leider van het Leidse NSF Gerard Everstijn begon hij nadat hij was ondergedoken in verband met de aanslag op de directeur van het Leidse arbeidsbureau op 4 januari 1944 met grootschalig vervalsingswerk. Na kort in het pand van de St. Josephgezellen (een katholieke standsorganisatie) te hebben gezeten (Rapenburg 52) werd de intrek genomen op een zolderkamer van de Leidse schouwburg, waar de AC tot aan de Bevrijding zou blijven functioneren.

De AC bestond slechts uit enkele mensen, Jean la Rivière, Piet van Beek uit Lisse, Wies Maat, Jaap de Groot, maar er waren volop contacten in Leiden. Allereerst met ambtenaren op het arbeidsbureau en bij de gemeentelijke dienst Sociale Zaken. De in 1942 ontslagen directeur van het Leids arbeidsbureau H. Hazelhoff zorgde voor contacten en steun. Een rol achter de schermen in Leiden speelde een kapelaan van de Petrusparochie, H. van Drunen.

De AC kreeg, onder andere via de landelijke kanalen van het NSF en de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduiker (LO), op tal van arbeidsbureaus goede contacten. Met medewerking van die organisaties werden vele duizenden valse papieren vervaardigd, vooral Ausweise in soorten en maten. Ook waren er “mollen” actief bij Duitse instanties, die vooral in 1944 veel administratief werk voor de AC verzetten. In dat jaar namelijk (van maart tot einde augustus) werd in het kader van het Zurückstellingsverfahren (de Z-kaarten) een grote, landelijke vervalsingsoperatie op touw gezet om vele tienduizenden valse papieren in de kaartenbakken van de arbeidsbureaus en de betrokken Duitse instanties in te voegen.

In 1944 of misschien al eerder kreeg Siebelt contact met de in Warmond gevestigde drukker George van Elburg. Dit contact kwam tot stand via een professor van het Seminarie, M. Jansen (die in 1966 bisschop van Rotterdam zou worden). Van Elburg leverde (vals) drukwerk van zeer hoge kwaliteit voor de Arbeidscentrale.

In de Hongerwinter vervaardigde de AC onder meer valse papieren voor voedseltransporten en voor illegale werkers. Vanaf januari 1945 werd een algehele arbeidsinzet afgekondigd; ook nu weer werden valse papieren (vooral vrijstellingen en bewijzen van afkeuring) vervaardigd voor mannen om aan de arbeidsinzet te ontkomen.

Verder verzorgde het NSF en de AC vanaf september 1944 de financiering en uitbetaling van lonen aan het stakend personeel van de NZHTM. De financiële administratie werd bijgehouden door Fien Schermer Voest.

Afscheid
Op 22 mei 1945 kwam ’s middags de Arbeidscentrale van het Nationaal Steunfonds voor het laatst bijeen. De AC had zich bezig gehouden met het vervaardigen en verspreiden van vervalsingen, het uitbetalen van steungeld aan spoor- en tramstakers en was ingeschakeld geweest bij het transport van kindervoeding. Er waren maar enkele kernleden en misschien een twintigtal andere medewerkers. De vaste kern trof elkaar in de foyer van de Leidse schouwburg, waar de AC op een zolderkamertje had gewerkt en waar enkele leden in de Hongerwinter ook had gebivakkeerd. De uitnodiging werd gedrukt door drukkerij Van Elburg. Het speciale papier werd ook gebruikt voor het maken van dankbetuigingen voor de medewerkers.
Het zal best wel gezellig zijn geweest en er was voorzien in een heus feestlied. Het werd gezongen op de wijze van Wien Neerlandsch bloed, dat tot 1933 het officiële Nederlandse volkslied was geweest. Het auteursrecht is onbekend, maar het was vast en zeker iemand uit de directe kring. Op YouTube is gemakkelijk een muzikale uitvoering van het voormalige lied te vinden en daarmee kan iedereen dit feestlied meezingen.

Wien Neerlandsch’bloed door d’aadren vloeit,
Trots Duitsche dwang en druk,
Wie bleef volharden in ‘tverzet
Tegen ’t tirannieke Nazi-juk.
Die elk “Befehl” weer ondergroef
In stil-verborgen strijd,
Was werker zonder naam of roem
In d’ilegaliteit. (bis)

Er is iets groots iets goed verricht,
Op velerlei gebied,
Z.S.-Verfahren, Spoor en Knoei,
Vergeet de Kindervoeding niet.
De kleine wereld der A.C.
In anonymiteit,
Was steeds actief en actueel
In d’ilegaliteit. (bis)

Wij brengen dank aan iedereen
Die steunde het verzet,
Als tent-heer, loper, contact-adres
Of leverd’ onderdak en bed.
Aan allen onzen warmen dank
Nu Holland is bevrijd,
Voor uw prestaties zonder tal
In d’ilegaliteit. (bis).

Na afloop ging iedereen zijn eigen weg. Joop Siebelt en Jan van Ulden waren betrokken bij de oprichting van een nieuw katholiek dagblad, De Burcht.
Een aantal medewerkers van de AC zag elkaar twee jaar later nog eenmaal op een avond in Gouda van het landelijke NSF bij de uitreiking van een herdenkingstegeltje. Daarna zou het tot eind april 1965 duren voor er een reünie kwam in de foyer van de Leidse schouwburg, ooit het officieuze hoofdkwartier. Een verslag van deze bijeenkomst verscheen in de Leidse Courant van 4 mei 1965.

Het werk van de Arbeidscentrale wordt uitvoerig beschreven in Alphons Siebelt, ‘Hij zit bij de onderduikersbond’ uit 2015 (literatuurlijst 2015B) en eerder in ‘Chaotische toestanden’. Het Leidse arbeidsbureau tijdens de verscherpte arbeidsinzet, verschenen in het Leids Jaarboekje 2004 (literatuurlijst 2004D) en van dezelfde schrijver in hetzelfde Leids Jaarboekje ‘Een envelopje met inhoud. Het Nationaal Steunfonds in en rond Leiden’ (literatuurlijst 2004E).